Studiegids
De belangrijkste feiten van elk hoofdstuk, de woordenlijst en het volledige overzicht van verkeersborden op één pagina — druk het af of sla het op als pdf voor snelle herhaling.
Kies wat je wilt opnemen
Belangrijkste feiten per hoofdstuk
Hoofdstuk 1 — De Openbare Weg & Waar het Verkeersreglement Geldt
- Een openbare weg is veel meer dan enkel verharde straten — ook een brug, tunnel, plein, autosnelweg of zelfs een onverharde weg telt mee, zolang het publiek er echt vrij kan komen en gaan, met alle voertuigen of slechts met bepaalde, zonder een reden of iemands toestemming nodig te hebben.
- Een openbaar terrein, zoals de parking van een supermarkt of het voorplein van een tankstation, is enkel toegankelijk voor bezoekers die er echt iets te doen hebben; terrein dat helemaal niet publiek toegankelijk is, zoals een transportbedrijfsterrein of het afgesloten circuit van een rijschool, blijft privé-eigendom, en elke weg met het bord 'privéterrein' is geen openbare weg.
- Enkel op de openbare weg heeft het verkeersreglement rechtskracht, al kunnen bepaalde ernstige zaken — rijden onder invloed, een ongeval met letsel veroorzaken, rijden zonder geldig rijbewijs — overal beboet of vervolgd worden; trams vormen een zeldzame uitzondering op bijna het hele verkeersreglement, maar een trambestuurder moet nog steeds de aanwijzingen van een bevoegd persoon opvolgen en verkeerslichten respecteren.
- In België rijdt men rechts: blijf zo veel mogelijk naar de rechterkant van de rijbaan, telkens wanneer dat redelijkerwijs kan; je mag niet oversteken naar een aparte rijbaan links van jou tenzij een politieagent of verkeersbord anders aangeeft, en een doorlopende witte streep dicht bij de rand van de rijbaan toont enkel waar ze ophoudt, zonder op zich iets te verbieden of te vereisen.
- Standaard snelheidslimieten, tenzij een bord iets anders aangeeft: 50 km/u in de bebouwde kom in heel België; 70 km/u in Vlaanderen en 90 km/u in Wallonië buiten de bebouwde kom; sinds 1 januari 2021 standaard 30 km/u in het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest ('Stad 30'); en 120 km/u op een autosnelweg, of op een autoweg of gewone weg buiten de bebouwde kom met minstens twee rijstroken per richting gescheiden door een middenberm.
- Overdreven snelheid kan je meteen je rijbewijs kosten: de politie trekt je rijbewijs onmiddellijk 15 dagen in als je meer dan 20 km/u boven de limiet wordt betrapt in een bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, of een woonwijk, of meer dan 30 km/u boven de limiet elders; een rechter kan later ook een verval van het recht tot sturen uitspreken als je de limiet met meer dan 40 km/u overschrijdt op een autosnelweg, autoweg, of gewone weg, of met meer dan 30 km/u in een bebouwde kom, zone 30, of woonwijk.
- Een verkeersdrempel heeft een snelheidslimiet van 30 km/u telkens wanneer de borden A14 en F87 erop van toepassing zijn, ze aan een kruispunt ligt, of zich binnen een zone 30 bevindt; een ander voertuig links inhalen is er verder verboden, behalve dat je er sinds 1 april 2023 een fietser mag inhalen.
- Met een voorlopig rijbewijs mag je niet rijden op de openbare weg van 22u tot 6u in de nacht van vrijdag, zaterdag en zondag, of in de nacht voor en de avond van een wettelijke feestdag; overdreven snelheid als houder van een voorlopig rijbewijs kan bovendien leiden tot een rechter die je verplicht het theoretisch en praktisch examen opnieuw af te leggen voor je weer mag rijden.
Hoofdstuk 2 — Verkeersborden: Categorieën & Hoe Ze Te Lezen
- België heeft honderden verkeersborden, maar ze behoren allemaal tot slechts zeven families van vorm en kleur: A (gevaar), B (voorrang), C (verbod), D (gebod), E (parkeren/stilstaan), F (aanwijzing), en M (onderborden).
- Bij een B5 stopbord is volledig stoppen voor de stopstreep altijd verplicht, ook al lijkt de weg volledig leeg; bij een B1 voorrangsbord moet je enkel echt stoppen als er een weggebruiker is aan wie je voorrang moet verlenen.
- Een bord B1 of B5 verplicht je enkel om voorrang te verlenen aan andere bestuurders op de weg die je oprijdt — niet aan een voetganger die op de hoek staat, die daar enkel voorrang krijgt als er op diezelfde plaats een gemarkeerde oversteekplaats is.
- B3 en B7 zijn vooraankondigingen van B1 en B5: B3 zegt dat er een voorrangskruispunt aankomt, B7 dat er een stopbord aankomt, telkens op de afstand die op het bord zelf staat.
- In tegenstelling tot B1 en B5, die enkel gelden voor het ene kruispunt waar ze staan, geeft het bord B9 (voorrangsweg, gele ruit) je doorlopend voorrang op elke zijweg tot een bord dit opheft.
- Toont een verbodsbord enkel een effen rode cirkel zonder symbool, dan betekent dit dat helemaal geen voertuigen zijn toegelaten, in geen van beide richtingen.
- D7 maakt het fietspad verplicht: fietsers en bromfietsers klasse A moeten het gebruiken in plaats van de rijbaan.
- E1 en E3 lijken op elkaar maar betekenen iets anders: E1 verbiedt parkeren, maar je mag nog wel even stilstaan, bijvoorbeeld om iemand af te zetten; E3 verbiedt stilstaan volledig, zelfs geen moment.
Hoofdstuk 3 — Wegmarkeringen & Rijstroken
- Wegmarkeringen hebben dezelfde juridische waarde als een verkeersbord; lijken een markering en een bord elkaar tegen te spreken, dan geldt de meer specifieke, recentere instructie — tijdelijke oranje markeringen rond wegenwerken hebben voorrang op permanente witte markeringen.
- Bij het kruisen van een tegenligger positioneer je jezelf zo dicht mogelijk bij de rechterrand als de weg echt toelaat, zodat de ruimte zich opent aan de rechterkant van de tegenligger; is de weg te smal, dan mag je kort uitwijken naar een verharde berm, maar nooit naar de strook voorbij een doorlopende witte kantstreep of een fietspad.
- Een onderbroken witte streep in het midden van de weg geeft je groen licht om ze over te steken en een voertuig voor je in te halen dat trager rijdt dan de toegelaten snelheid, tenzij een bord anders zegt; wordt ze doorlopend, dan valt inhalen erover volledig weg, hoe traag het verkeer voor je ook sukkelt.
- Lopen een onderbroken en een doorlopende streep naast elkaar, dan hangt het af van welke streep aan jouw kant ligt of je mag oversteken: alleen oversteken als het de onderbroken streep is, en terug oversteken over de doorlopende streep zodra je het andere voertuig voorbij bent.
- Pijlen die bij een kruispunt op een rijstrook zijn geschilderd zijn geen versiering — het zijn bindende wegmarkeringen die precies aangeven waar die rijstrook je heen brengt.
- Een verdrijvingsvlak (dicht opeengepakte schuine witte arcering in de vorm van een driehoek of wig) functioneert als onbruikbare grond — er niet overheen rijden, er niet stilstaan of parkeren.
- Ritsen treedt in werking zodra een afgesloten rijstrook het verkeer vertraagt: blijf in je eigen rijstrook tot het asfalt echt ophoudt, en voeg dan één voor één in bij de doorlopende strook. Lopen beide kanten tegelijk dood, dan verleent het voertuig rechts eerst voorrang, dat links erna.
- Een buslane (F17) is er voor geregeld openbaar vervoer — je mag er niet in rijden of parkeren, met enkel beperkte uitzonderingen om ze kort over te steken bij een kruispunt, rond een hindernis, of om een oprit, parkeerplaats of eigendom te bereiken; een F18-bedding voor tram/bus gaat nog verder, want ze valt volledig buiten de rijbaan, dus mag je ze enkel kort oversteken op een gemarkeerde plek, nooit erover rijden.
Hoofdstuk 4 — Voorrang
- Tenzij een bord, verkeerslicht of wegmarkering iets anders aangeeft, moet je op elk kruispunt voorrang verlenen aan verkeer dat van rechts komt — de regel gaat over richting, niet over de grootte van de weg.
- Een oprit, onverharde weg of parking verlaten om een openbare weg op te rijden betekent altijd voorrang verlenen aan iedereen op die weg, ongeacht uit welke richting ze komen.
- Trams hebben altijd voorrang op elk kruispunt, in elke configuratie — zelfs op een voorrangsweg en zelfs als ze van links komen. Ook rotondes keren de gewone logica om: wie al op de ring rondrijdt mag door, en wie wil aansluiten moet zich daarachter voegen.
- Een bord B9 duidt een voorrangsweg aan: je behoudt voorrang op elke zijweg op elk kruispunt, ook die van rechts, tot een bord B11 dit opheft of je de weg verlaat. Een bord B15 is anders — het geeft enkel voorrang aan het ene kruispunt vlak voor je.
- Waar een weg versmalt tot één bruikbare rijstrook, betekent B19 dat je voorrang moet verlenen aan tegenliggers, terwijl B21 betekent dat de andere richting aan jou voorrang moet verlenen.
- Van rijstrook wisselen, de rijbaan oversteken, een parkeerplaats in- of uitrijden, een privéterrein verlaten, keren, en achteruitrijden vallen allemaal onder 'manoeuvre' — en geen ervan komt met voorrang; je bent iedereen, voetgangers inbegrepen, voorrang verschuldigd.
- Wanneer je links of rechts afslaat aan een kruispunt, moet je voorrang verlenen aan tegenliggers die rechtdoor rijden of rechts afslaan, en aan voetgangers of fietsers die de weg waar je naar afslaat al gebruiken. Tussen twee tegenliggers die tegengesteld afslaan, wint de kortste boog: wie rechts afslaat mag door, wie links afslaat wacht.
- Een politiewagen, ambulance, of brandweerwagen overtreft de gewone voorrangsregels pas zodra zowel het blauw zwaailicht als de sirene tegelijk actief zijn — het licht alleen, zonder sirene, verandert niets.
Hoofdstuk 5 — Rotondes & Kruispunten
- Een rond kruispunt is in België enkel juridisch een 'rotonde' als het bord D5 draagt en elke toegang een bord B1 of B5 heeft.
- Op een officiële rotonde (D5 + B1/B5) heeft verkeer dat al op de ring rijdt altijd voorrang op verkeer dat binnenkomt.
- Heeft een rond kruispunt helemaal geen bord D5 of B1, dan is het juridisch geen rotonde en geldt in plaats daarvan voorrang van rechts — precies het omgekeerde van een officiële rotonde.
- Als algemene richtlijn gebruik je op een rotonde met meerdere rijstroken de buitenste (rechtse) rijstrook voor de eerste afritten en de binnenste (linkse) als je verder rijdt — maar controleer altijd je spiegels, want rijstroken kunnen verschuiven.
- Richting aangeven op een rotonde: geen signaal nodig bij het invoegen, tenzij je de allereerste afrit neemt (geef dan rechts aan); geef aan telkens je op de ring van rijstrook verandert; en geef rechts aan wanneer je de afrit net voor de jouwe passeert, om te tonen dat je gaat vertrekken.
- Een rotonde verlaten betekent voorrang verlenen aan fietsers die op het fietspad van de ring blijven en aan oversteken voetgangers — behalve bij een teruggelegen fietsoversteekplaats met een eigen voorrangsbord gericht naar de fietsers, waar voorrang niet automatisch voor hen is tenzij ze al de rijbaan op zijn gereden.
- Buiten rotondes zijn de meeste kruispunten een van drie basisvormen (zoals een T-kruispunt of een kruispunt), en de gewone voorrangsregels — voorrang van rechts, voorrangsborden, voorrangswegen — gelden op dezelfde manier, ongeacht de vorm.
- Voorrang en groen licht garanderen geen plaats aan de overkant van een kruispunt — lees het verkeer zelf af, en lijkt het erop dat je halverwege zou vastlopen, blijf dan voor het kruispunt staan tot er een echt gaatje ontstaat in plaats van kruisend verkeer te blokkeren.
Hoofdstuk 6 — Verkeerslichten & Tekens van Bevoegde Personen
- Denk in niveaus als instructies botsen: een mens die het verkeer regelt beslecht het meteen, een werkend licht of voorrangsbord beslecht het daarna, en enkel bij afwezigheid van beide beslissen de algemene voorrangsregels (voorrang van rechts, voorrangswegen, enzovoort).
- Rood is absoluut — een volledige stop voor de lijn, geen ruimte voor eigen inschatting; herken welk rood licht van jou is aan de positie rechts van je, niet een licht dat enkel links staat.
- Groen betekent dat je mag rijden, maar je moet nog steeds voorrang verlenen aan voertuigen of voetgangers die het kruispunt nog aan het verlaten zijn, en aan elke nog geldende voorrang volgens andere regels.
- Behandel vast oranje ook als een stopbevel, met één uitzondering: tijdig remmen moet echt onveilig zijn voor doorrijden de betere keuze wordt.
- Een knipperend oranje licht werkt precies zoals bedoeld, niet kapot — het vraagt om alertheid in plaats van een stop, met voorrang bepaald op dezelfde manier als wanneer het licht er helemaal niet was.
- Is het enige groene licht een pijl, zonder rond groen licht, dan mag je enkel in die specifieke richting rijden — ook al zou een andere richting anders vanuit die rijstrook toegelaten zijn.
- Leer de vier handgebaren van een bevoegd persoon, want ze verslaan elk licht en bord: rechtopstaande arm(en) betekent stop voor wie hen aankijkt; armen zijwaarts splitst het verkeer in een stilstaande groep (voor en achter) en een rijdende groep (ter hoogte van de armen); een op-en-neer wippende beweging betekent gas terugnemen; een ronddraaiende arm betekent versnellen.
- Een voorrangsbord onder een verkeerslicht blijft slapend zolang dat licht echt werkt voor jouw rijstrook; het neemt pas het over zodra het licht uit is, vastzit op knipperen, of gewoon niet voor jouw rijstrook bedoeld is.
Hoofdstuk 7 — Snelheid, Volgafstand & Inhalen
- De toegelaten snelheidslimiet is een wettelijk maximum, geen doel — je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je vrij voor je kan overzien, en je snelheid verder verlagen bij regen, mist, ijzel, sneeuw, een slecht wegdek, druk verkeer, slecht zicht, of een geblokkeerd zicht.
- Volg de tweeseconderegel voor volgafstand — ongeveer 25 m bij 50 km/u, 35 m bij 70 km/u, 45 m bij 90 km/u, en 65 m bij 120 km/u — en verdubbel die afstand tot drie of vier seconden bij regen, mist, of op een gladde weg.
- Stopafstand is een som van twee delen op elkaar gestapeld — de denkafstand voor je voet zelfs maar het pedaal bereikt (rond 15 m bij 50 km/u, 27 m bij 90 km/u, 36 m bij 120 km/u) en het remmen zelf; alles wat de reflexen afstompt, van alcohol en drugs tot uitputting en een afgeleide geest, rekt dat eerste deel nog verder uit.
- Vier stopafstandcijfers op een droog wegdek hebben echt examengewicht: ruwweg 30 m bij 50 km/u, 45 m bij 70 km/u, 70 m bij 90 km/u, 95 m bij 110 km/u — en ze laten je elke gevraagde snelheid ertussenin inkaderen.
- Wat ABS oplevert is stuurcontrole tijdens hard remmen, niet automatisch een kortere remafstand — en een nat of los/grindoppervlak vraagt nog steeds meer ruimte om te stoppen, ongeacht. Druk het pedaal hard in en houd het vast (niet pompen) als ABS ingrijpt, en houd het bandenprofiel boven 1,6 mm, met in het achterhoofd dat dit de wettelijke bodem is, geen veilige marge.
- Of een manoeuvre telt als 'inhalen' hangt af van of het voertuig voor je echt rijdt — stuur om een stilstaand voertuig heen en je bent gewoon voorbijrijden, een compleet andere categorie. Voor je uittrekt om in te halen: spiegels en dode hoek echt gecontroleerd, bedoeling aangegeven, de weg voor je vrij genoeg om het manoeuvre af te maken zonder tegenliggers te dwingen te reageren, de snelheidslimiet doorheen gerespecteerd, en niemand die je al van achteren inhaalt.
- Vijf situaties sluiten inhalen volledig af: een voertuig voor je dat een oversteekplaats voor voetgangers of fietsers nadert, er vaart bij mindert, of ervoor stilstaat; op of bij een overweg zonder slagbomen of een wit doorrijdlicht; een kruispunt waar jij degene bent die voorrang verschuldigd is (voorrangsweg of B15-status uitgezonderd); en elke bocht of heuveltop die verbergt wat voor je ligt — tenzij de weg in rijstroken is verdeeld en je kan afmaken zonder de doorlopende middenstreep over te steken. Geen van deze vijf verboden raakt fietsers, dus eentje links passeren blijft overal gewoon toegelaten.
- Links blijft de standaardkant om in te halen; rechts inhalen gaat enkel open in drie specifieke gevallen — kruipend fileverkeer, een bestuurder voor je die heeft aangegeven en naar links is gegaan om af te slaan, of een rijdende tram waarvan de doorgang rechts geblokkeerd is. Op een enkele rijstrook per richting rijg je inhaalmanoeuvres niet aaneen: voeg terug naar rechts na het passeren van één voertuig voor je naar een tweede kijkt, tenzij de weg vier of meer rijstroken heeft of een eenrichtingsweg is.
Hoofdstuk 8 — Voetgangers, Fietsers & Andere Kwetsbare Weggebruikers
- Aan een gemarkeerde oversteekplaats zonder verkeerslichten of politieagent moet je voorrang verlenen aan elke voetganger die er al op staat of duidelijk op het punt staat erop te stappen — zelfs als je afslaat aan een kruispunt met groen licht.
- Je mag nooit parkeren of stilstaan binnen 5 meter voor een oversteekplaats of een kruispunt.
- Ligt er binnen 20 meter een gemarkeerde oversteekplaats, dan moeten voetgangers daarnaartoe lopen in plaats van ter plaatse over te steken; enkel wanneer er niets in de buurt is, mogen ze elders oversteken, en dan moeten ze voorrang geven aan het verkeer op de weg.
- Wanneer je een fietser, speed pedelec of bromfietser inhaalt — of een voetganger passeert die op de rijbaan loopt — moet je een minimale zijdelingse afstand van 1 meter in de bebouwde kom en 1,5 meter erbuiten laten; is er onvoldoende plaats, dan mag je niet inhalen.
- Een fietspad valt volledig buiten de rijbaan, dus een auto heeft er niets te zoeken om te rijden, stil te staan of te parkeren; een gekleurde strook zonder de parallelle onderbroken strepen of een officieel bord is niets meer dan een 'fietssuggestiestrook', waar auto's vrij blijven om te rijden, stil te staan en te parkeren.
- Op het punt waar een fietspad eindigt en fietsers zich weer bij de rijbaan voegen, ligt de voorrang bij hen, niet bij bestuurders; stilstaan of parkeren is verboden binnen 5 meter aan weerszijden van dat invoegpunt.
- Fietsers mogen naast elkaar rijden op een fietspad of op de rijbaan, maar buiten de bebouwde kom moeten ze achter elkaar gaan rijden zodra een voertuig hen van achteren nadert.
- De borden B22 en B23 laten fietsers toe om door rood of oranje te rijden — B22 om rechts af te slaan, B23 om rechtdoor te rijden — maar geen van beide geeft hen voorrang op ander verkeer of voetgangers.
Hoofdstuk 9 — Openbaar Vervoer, Trams & Overwegen
- Een tram heeft altijd voorrang, ongeacht uit welke richting hij komt, links inbegrepen, en enkel drie dingen kunnen dat overstijgen: een werkend verkeerslicht, een bevoegd persoon die actief het verkeer regelt, of een geplaatst voorrangsbord.
- Waar er geen veilige zone is, moet je volledig stoppen en pas verder rijden aan matige snelheid zodra elke reiziger veilig het voetpad of het voertuig heeft bereikt.
- Wanneer je een rijdende tram passeert, doe dit dan altijd langs rechts; je mag enkel links passeren als de doorgang rechts te smal of geblokkeerd is, en enkel als dit tegenliggers niet in gevaar brengt of hindert.
- Een bestuurder die achter een bus zit die aangeeft een halte in de bebouwde kom te willen verlaten, moet gas terugnemen en hem terug in het verkeer laten; de bus zelf is die bestuurder in ruil niets verschuldigd.
- Waar een overweg geen slagbomen of lichten heeft, of ze niet werken, mag je enkel oversteken als je zeker bent dat er geen trein nadert.
- Je mag een overweg niet oprijden terwijl de slagbomen dalen of gesloten zijn, of terwijl de rode lichten knipperen of het geluidssignaal weerklinkt — dit geldt voor iedereen, ook voetgangers, niet enkel voertuigen.
- Doorrijden bij knipperende rode lichten of een reeds dalende slagboom is op zich al voldoende reden voor een onmiddellijke intrekking van je rijbewijs — het wordt zonder meer als een zware overtreding beschouwd.
- Zelfs als het verkeerslicht voor je groen is, mag je een kruispunt of overweg niet oprijden als verkeersopstopping betekent dat je er waarschijnlijk middenin zou moeten stoppen, waardoor je het kruisend verkeer, een tram, of een busbaan blokkeert.
Hoofdstuk 10 — Stilstaan & Parkeren
- Je voertuig telt enkel als stilstaand als het niet langer bewegingloos blijft dan iemand echt nodig heeft om in of uit te stappen, of om goederen te laden of te lossen — voorbij dat punt wordt het parkeren, ongeacht of je achter het stuur blijft zitten.
- Tanken of een elektrisch of hybride voertuig opladen wordt altijd als parkeren beschouwd, niet als stilstaan, ongeacht hoe snel je denkt klaar te zijn.
- Zowel stilstaan als parkeren is uitgesloten binnen 5 meter van een oversteekplaats voor voetgangers of fietsers, van waar een fietspad begint of eindigt, of van een kruispunt — en binnen 20 meter voor verkeerslichten, behalve voor een voertuig van hoogstens 1,65 m waar het licht zelf minstens 2 m boven de weg hangt.
- Dat kort stilstaan is toegelaten, betekent niet dat parkeren dat ook is: het blijft uitgesloten binnen 15 meter van een bus-, trolleybus-, of tramhalte, voor een private oprit of garage-inrit, dichter dan 1 meter bij een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, en op een invalidenplaats zonder de bijhorende kaart.
- E5 gecombineerd met E7 zorgt voor wisselend parkeren op straten die te smal zijn om aan beide kanten tegelijk auto's te huisvesten: E5 sluit zijn kant af voor de eerste helft van de maand, E7 neemt dezelfde kant over voor de tweede helft, dus je parkeert altijd tegenover het actieve bord. Auto's moeten op de wisseldag naar de overkant, tussen 19.30 en 20.00 uur.
- Houd een stilstaand of geparkeerd voertuig evenwijdig met de trottoirband, aan de rechterkant in de richting waarin je rijdt, dicht tegen de rand van de rijbaan geschoven, en in één rij — nooit los van de trottoirband in een tweede rij. Loopt er een bruikbare berm langs, parkeer daar dan in plaats van op de rijbaan.
- Een blauwe zone vereist dat bestuurders van auto's en gelijkaardige voertuigen een parkeerschijf tonen ingesteld op hun aankomsttijd, afgerond naar het volgende halfuur. Het standaardschema, tenzij een plaatselijk bord het overstijgt, is van maandag tot zaterdag, van 9 tot 18 uur, met een maximum van 2 uur; motorfietsen en bromfietsen zijn vrijgesteld.
- De tijd van een defect voertuig op de openbare weg loopt af na 24 uur, en een voertuig dat er puur voor reclame staat krijgt slechts 3 uur. De weg gebruiken om een voertuig rechtstreeks te verkopen mag onder geen enkele omstandigheid.
Hoofdstuk 11 — Autosnelwegen & Bijzondere Wegen
- De snelheid op een autosnelweg piekt op 120 km/u met een ondergrens van 70 km/u op de rechterrijstrook, enkel opgeheven door een bord of door verkeer/weer/wegenwerken die het echt onmogelijk maken; alles boven 3,5 ton plus de meeste bussen krijgen een plafond van 90 km/u, en datzelfde plafond van 90 km/u bindt houders van een voorlopig rijbewijs, ongeacht welke limiet is aangeplakt.
- Voetgangers, fietsers, bromfietsers van elke klasse, ruiters en iedereen die een dier begeleidt, landbouwvoertuigen, en elk voertuig dat niet minstens 70 km/u kan volhouden, mogen geen autosnelweg gebruiken.
- De wet behandelt invoegen via een invoegstrook als een gewone rijstrookverandering, dus is het aan de invoegende bestuurder om voorrang te verlenen aan het verkeer dat al op de rijbaan rijdt; maar staat diezelfde invoegstrook muurvast door traag verkeer, dan keren de rollen om en moeten bestuurders op de rijbaan om beurten een voertuig laten invoegen, net op het punt waar de strook stopt (ritsen).
- Geef bij het verlaten van een autosnelweg tijdig aan en vertraag binnen de uitrijstrook, niet op de hoofdrijbaan, waar een plotse snelheidsdaling het verkeer achter je in gevaar brengt, en verlaat de autosnelweg enkel via een gemarkeerde afrit.
- Zoals op elke weg haal je links in; rechts inhalen blijft verboden, behalve kort op een invoegstrook of bij traag fileverkeer, en de pechstrook is nooit een rijstrook — ze is voorbehouden voor pech, echte noodgevallen, en voertuigen die er door de politie naartoe worden gestuurd.
- Zodra een weg met twee of meer doorlopende rijstroken in jouw richting begint vast te lopen — een regel die niet tot autosnelwegen beperkt is — zijn bestuurders de hulpdiensten een doorgang verschuldigd voor de rij helemaal op slot gaat: die ruimte zit tussen links en rechts bij twee stroken, maar verschuift naar tussen links en midden zodra er een derde strook bijkomt.
- Bij pech: meteen de alarmknipperlichten aan, naar de pechstrook als de auto nog rijdt, het reflecterend vest aan voor er ook maar één portier opengaat, en de gevarendriehoek zowat 100 meter verderop — ver genoeg zodat een bestuurder hem nog vanaf 50 meter opmerkt. Dan bel je 112. Ook het wegslepen zelf is strenger geregeld op deze wegen: enkel een door de politie opgeroepen dienst mag je op een autosnelweg aan de haak slaan, en een touw, riem, of noodkoppeling wordt nooit gebruikt, niet op een autosnelweg en niet op een autoweg.
- Een 'autoweg', begrensd door de borden F9 en F11, is voorbehouden voor motorvoertuigen en weert dezelfde groep als een autosnelweg, maar er kunnen nog gelijkvloerse kruispunten en verkeerslichten op voorkomen en de ondergrens van 70 km/u bestaat er gewoon niet — welke gewone limiet ook is aangeplakt, die geldt in de plaats, al blijven stilstaan en parkeren er net zo uitgesloten als op een volwaardige autosnelweg.
Hoofdstuk 12 — Verlichting, Signalisatie & Zichtbaarheid
- Verlichting is verplicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en ook overdag zodra iets — een stortbui, dichte mist, vallende sneeuw, een tunnel — het zicht terugbrengt tot ongeveer 200 meter of minder; motor- en bromfietsers moeten hun dimlicht onafgebroken aan houden, dag en nacht, terwijl het voor autobestuurders enkel een verstandige gewoonte is, geen wettelijke verplichting.
- Dim je licht in de buurt van een trein of een vaartuig, op een weg die zo goed verlicht is dat je al ongeveer 100 meter ver kan zien, binnen ongeveer 50 meter achter een voertuig dat je volgt (behalve tijdens het inhalen), en onmiddellijk telkens een tegenligger naar je knippert; buiten deze gevallen is de regel simpelweg: verblind nooit iemand.
- Een mistachterlicht is enkel gerechtvaardigd door mist of sneeuw zodra het zicht echt tot ongeveer 100 meter of minder is teruggevallen, maar zware regen rechtvaardigt het ongeacht hoe ver je kan zien; zet het uit zodra de omstandigheden verbeteren.
- Alarmknipperlichten mogen enkel aangezet worden terwijl je nog rijdt om een echt gevaar te melden, zoals een plotse rij stilstaand verkeer of een ongeval vlakbij; ze zijn ook vereist eens je ergens riskant stilstaat, met pech zit, of aan het slepen bent — nooit enkel om een verkeerde stopplaats of parkeerplek te verzachten.
- Een voertuig moet steeds volledig werkende verlichting hebben als een blijvende wettelijke plicht, niet enkel iets dat bij een technische keuring gecontroleerd wordt; achteruitrijlichten mogen enkel branden terwijl de achteruitversnelling effectief ingeschakeld is.
- Rijden bij nacht vereist witte of geelachtige dimlichten vooraan, rode achterlichten met feller oplichtende remlichten, een wit licht dat de achterste kentekenplaat verlicht, en rode reflectoren achteraan.
- Bij het slepen moeten beide voertuigen hun alarmknipperlichten laten branden; bij een starre sleepstang is doorgaans geen extra verlichting nodig zolang de eigen verlichting van het gesleepte voertuig werkt, maar slepen met een flexibel sleeptouw of -riem vereist een extra achterlichtbalk aan het gesleepte voertuig.
- Stop of parkeer je op de rijbaan of de berm tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, of telkens het zicht daalt tot ongeveer 200 meter of erger, dan worden stadslichten vooraan plus een rood achterlicht verplicht — binnen een bebouwde kom mogen die plaatsmaken voor één parkeerlicht aan de kant van het verkeer, maar enkel als de auto in de lengte staat en niet aan een aanhangwagen gekoppeld is.
Hoofdstuk 13 — Rijbewijs, Documenten, Verzekering & Technische Vereisten
- Een rijbewijs categorie B (voorlopig of volledig) dekt voertuigen tot een maximaal toegelaten massa (MTM) van 3,5 ton; een minibus telt enkel mee als hij plaats biedt aan hoogstens 8 passagiers naast de bestuurder (9 personen in totaal) — meer vereist een rijbewijs categorie D.
- België biedt twee wegen naar het rijbewijs: het model van 36 maanden (vanaf 17 jaar, met een geregistreerde begeleider) en het model van 18 maanden (vanaf 18 jaar, geen begeleider, maar wel minstens 20 uur rijschoollessen en een bekwaamheidsattest); je mag eenmalig wisselen, en een duidelijk zichtbaar 'L'-teken moet steeds achteraan getoond worden.
- Een begeleider moet minstens 8 jaar een rijbewijs categorie B bezitten, mag de laatste 3 jaar niet uit het recht tot sturen ontzet zijn geweest, en moet geregistreerd zijn op het rijbewijs zelf (tot twee begeleiders toegelaten).
- Tijdens de voorlopige periode geldt dezelfde alcohollimiet van 0,5 g/l als voor elke andere bestuurder, maar de straffen bij overschrijding zijn strenger (minstens 8 dagen rijverbod en opnieuw beide examens afleggen); rijden is ook verboden tussen 22 en 6 uur op vrijdag, zaterdag, zondag en rond feestdagen, een aanhangwagen slepen of beroepsmatig goederen vervoeren is niet toegelaten, en op de autosnelweg is de snelheid beperkt tot 90 km/u.
- Je moet je geldig rijbewijs, het inschrijvingsbewijs van het voertuig, een bewijs van verzekering (sinds 2022 een wit attest, papier of digitaal), het keuringsbewijs indien vereist, en je identiteitskaart kunnen voorleggen — deze documenten moeten origineel zijn, behalve het verzekeringsbewijs, dat een zelf afgedrukte kopie mag zijn.
- Verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid vergoedt enkel letsel of schade die je aan anderen veroorzaakt, niet aan je eigen voertuig; een auto heeft zijn eerste technische keuring nodig op 4 jaar, daarna traditioneel jaarlijks, hoewel een nieuwere regel een interval van 2 jaar toelaat voor jongere auto's met lagere kilometerstand.
- De Maximaal Toegelaten Massa (M.T.M./MAM) is een vaste bovengrens die eenmalig door de fabrikant wordt vastgelegd en nooit verandert tijdens de levensduur van het voertuig; de Massa in Beladen Toestand (M.B.T.) is een momentopname van wat het voertuig nu werkelijk weegt en moet altijd op of onder de M.T.M. blijven. Onderborden met een gewichtsdrempel (bv. '> 3,5 t') binden enkel voertuigen boven die specifieke drempel.
- Rijden zonder geldig rijbewijs, verzekering, of keuringsbewijs is een zware overtreding die voor de politierechtbank komt (mogelijk rijverbod of gevangenisstraf); met een volledig rijbewijs categorie B mag je een aanhangwagen tot 750 kg vrij slepen, of zwaarder als de gezamenlijke M.T.M. van auto en aanhangwagen onder 3,5 ton blijft — houders van een voorlopig rijbewijs mogen helemaal geen aanhangwagen slepen.
Hoofdstuk 14 — Alcohol, Drugs, Rijgeschiktheid & Verkeersveiligheid
- De algemene alcohollimiet is 0,5 g/l, met een strengere limiet van 0,2 g/l voor beroepschauffeurs (houders van rijbewijzen voor bus, autocar, vrachtwagen, en betaald personenvervoer); houders van een voorlopig rijbewijs en beginnende bestuurders blijven op 0,5 g/l maar riskeren een zwaardere straf. Recidivisten of zeer hoge waarden kunnen ook leiden tot een verplichte alcoholslot die verhindert dat de auto start als er alcohol wordt vastgesteld.
- De politie mag om het even welke bestuurder op om het even welk moment staande houden en een ademtest afnemen — er is geen vermoeden van drankgebruik nodig. Je mag vragen om 15 minuten te wachten voor je blaast, en de test weigeren zonder geldige medische reden is op zich een overtreding, exact behandeld als een positieve test op het hoogste niveau.
- De ademtest langs de weg is niet meer dan een screeningsdoorgang, die één letter oplevert — 'S' (safe), 'A' (alarm), of 'P' (positief) — die niet op zich als juridisch bewijs kan gelden. Een 'A' of 'P' betekent dat een preciezere ademanalyse dit moet bevestigen, en de ademtest langs de weg zelf weigeren, zonder geldige medische reden, wordt geregistreerd als een 'P' en brengt een onmiddellijk rijverbod van 6 uur met zich mee.
- Illegale drugs krijgen nultolerantie onder de Belgische wet: de aanwezigheid van eender welk detecteerbaar spoor telt als overtreding, niet of het je rijgedrag daadwerkelijk beïnvloedt. Een speekseltest regelt de controle langs de weg, met een bloedtest in het labo die een positief resultaat achteraf bevestigt — en positief testen betekent dat je rijbewijs ter plaatse wordt ingeleverd voor een rijverbod van 12 uur.
- Een gsm vasthouden om te bellen, te sms'en, of te surfen terwijl je rijdt is verboden — en dit geldt nog steeds wanneer je stilstaat in het verkeer of aan een rood licht, want in het verkeer staan is niet hetzelfde als geparkeerd staan. Een handsfreesysteem is wettelijk toegelaten, al verdeelt het nog steeds je aandacht.
- Een veiligheidsgordel is verplicht op elke plaats die er een heeft, vooraan of achteraan. Elk kind kleiner dan 135 cm, ongeacht de leeftijd, heeft een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem nodig dat bij zijn grootte past, en mag doorgaans niet vooraan zitten, tenzij daar een correct geplaatst kinderzitje gebruikt wordt of er geen bruikbare achterbank is.
- Je allereerste actie bij een ongeval is jezelf en de plaats beveiligen — alarmknipperlichten, een gevarendriehoek, motor af, een veiligheidsvest voor je uitstapt — voor je naar gewonden kijkt of belt.
- Wegrijden nadat je een ongeval hebt veroorzaakt of ertoe hebt bijgedragen, om te vermijden geïdentificeerd te worden, is een aparte strafbare overtreding — ongeacht wie er in fout was — en geldt zelfs voor kleine schade, zoals het aantikken van een geparkeerde auto of een verkeersbord; de straffen kunnen oplopen tot enkele jaren en een langdurig rijverbod.
Hoofdstuk 15 — Zuinig Rijden & Milieu
- Een rit kort genoeg om te stappen (tot ongeveer 1 km) of te fietsen (ruwweg 1 tot 10 km) verspilt nodeloos brandstof als je ze toch met de auto aflegt — een koude motor verslindt merkbaar meer brandstof per kilometer dan een opgewarmde, en telkens koud starten slijt de motor sneller.
- Voor zuinig rijden schakel je op voor een benzinemotor voorbij ongeveer 2500 t/min klimt — rond 2000 t/min bij een diesel — en geef je jezelf wat marge bij een helling of zware lading.
- Herhaaldelijk gas geven terwijl je stilstaat mag nooit — ook niet in de winter om de motor sneller op te warmen.
- Extra gewicht, een lege dakkoffer of dakrek, een fiets op het dak, en open ramen drijven allemaal het brandstofverbruik op door extra gewicht of door de luchtstroom tegen te werken — een fiets bind je beter vast op een drager achteraan de auto.
- Houd je aan de door de fabrikant voorgeschreven bandenspanning, gecontroleerd bij koude banden; te ver in beide richtingen afwijken verhoogt het risico op aquaplaning, en een erg versleten band moet vervangen worden — opnieuw insnijden om de levensduur te verlengen mag nooit.
- Verwacht je langer dan ongeveer 30 seconden stil te staan — opgehouden aan een overweg bijvoorbeeld — dan is de motor afzetten de efficiëntere keuze.
- Van de gangbare brandstoffen komen LPG en CNG doorgaans als de properste uit de bus, voor benzine; is diesel de enige optie, dan vervuilt de zwavelarme versie minder dan de gewone soort — en tanken met illegale rode diesel (zwaar belaste stookolie/off-roadbrandstof) in een auto op de openbare weg wordt zwaar beboet.
- Een lage-emissiezone (LEZ) — momenteel actief in Antwerpen, Gent en Brussel — weert voertuigen die niet aan de vereiste EURO-emissienorm op het inschrijvingsbewijs voldoen; een hoger EURO-nummer en een hogere ecoscore (0 tot 100) wijzen beide op een properder, milieuvriendelijker voertuig.
Hoofdstuk 16 — Voertuigtechniek & Onderhoud
- De profiel- of slijtage-indicatoren in de hoofdgroeven tonen wanneer het profiel tot het wettelijke minimum is afgesleten — dat is je signaal om de band te vervangen, geen doel om naartoe te rijden. Versleten profiel maakt aquaplaning waarschijnlijker.
- Radiale en diagonale banden mogen op één auto worden gecombineerd, maar niet in eender welke combinatie: radiaal vooraan met diagonaal achteraan is de ene combinatie die nooit toegelaten is, want een radiale band vooraan vereist ook radiale banden achteraan.
- Op een band met opschrift 195/65 R15 91H: 195 is de breedte in mm, 65 is de hoogte-breedteverhouding, R staat voor radiale constructie, 15 is de velgdiameter in inch, 91 is de belastingsindex, en H is de snelheidsindex — de maximale snelheid waarvoor de band is goedgekeurd.
- Spijkerbanden zijn enkel toegelaten tussen 1 november en 31 maart, op voertuigen tot 3,5 ton M.T.M., en zijn beperkt tot 60 km/u op gewone wegen en 90 km/u op autosnelwegen (een lagere plaatselijke snelheidslimiet blijft gelden). Sneeuwkettingen zijn niet aan een datum gebonden — ze mogen enkel gemonteerd worden wanneer er echt sneeuw of ijs op de weg ligt.
- Bij hevige regen kan zich een waterfilm opbouwen tussen de banden en de weg, sneller dan het profiel kan afvoeren; de banden verliezen dan helemaal het contact met de weg en de auto wordt tijdelijk onbestuurbaar — versleten profiel en verkeerde bandenspanning maken dit allebei waarschijnlijker.
- Motorolie smeert de bewegende onderdelen van de motor, voorkomt oververhitting en vastlopen, beschermt tegen roest, en reinigt de motor terwijl ze circuleert; remvloeistof zit in een apart reservoir, en een laag peil ondermijnt je remmen.
- Zodra je rijdt, neemt de dynamo het over van de batterij: die levert de elektriciteit van de auto en laadt tegelijk de batterij op.
- Welk uiteinde van de auto ook loskomt, houd je blik op je bedoelde pad in plaats van op het gevaar. Voorwielslip: blijf van de rem. Achterwielslip: laat het gas los en druk de koppeling in, en rem ook daar niet.
Woordenlijst
Aanwijzingsbord
Officiële examentermen: NL Aanwijzingsbord · FR Panneau d'indication
Ademtest
Officiële examentermen: NL Ademtest · FR Alcootest
Afrit
Officiële examentermen: NL Afrit · FR Sortie
Alarmlichten
Officiële examentermen: NL Alarmlichten · FR Feux de détresse
Alcohollimiet
Officiële examentermen: NL Alcohollimiet · FR Limite d'alcoolémie
Autosnelweg
Officiële examentermen: NL Autosnelweg · FR Autoroute
Band
Officiële examentermen: NL Band · FR Pneu
Bebouwde kom
Officiële examentermen: NL Bebouwde kom · FR Agglomération
Berm
Officiële examentermen: NL Berm · FR Accotement
Bevoegd persoon
Officiële examentermen: NL Bevoegd persoon · FR Personne habilitée
Boete
Officiële examentermen: NL Boete · FR Amende
Bromfiets
Officiële examentermen: NL Bromfiets · FR Cyclomoteur
Buslane
Officiële examentermen: NL Buslane · FR Bande bus
Dimlicht
Officiële examentermen: NL Dimlicht · FR Feux de croisement
Dode hoek
Officiële examentermen: NL Dode hoek · FR Angle mort
Doorgetrokken witte streep
Officiële examentermen: NL Doorgetrokken witte streep · FR Ligne blanche continue
Fietser
Officiële examentermen: NL Fietser · FR Cycliste
Fietspad
Officiële examentermen: NL Fietspad · FR Piste cyclable
Grootlicht
Officiële examentermen: NL Grootlicht · FR Feux de route
Inhalen
Officiële examentermen: NL Inhalen · FR Dépasser
Inschrijvingsbewijs
Officiële examentermen: NL Inschrijvingsbewijs · FR Certificat d'immatriculation
Invoegstrook
Officiële examentermen: NL Invoegstrook · FR Bande d'accélération
Kinderzitje
Officiële examentermen: NL Kinderzitje · FR Siège pour enfant
km/u
Officiële examentermen: NL km/u · FR km/h
Kruispunt
Officiële examentermen: NL Kruispunt · FR Carrefour
Kwetsbare weggebruiker
Officiële examentermen: NL Kwetsbare weggebruiker · FR Usager vulnérable de la route
Lage-emissiezone
Officiële examentermen: NL Lage-emissiezone · FR Zone de basses émissions
Medisch ongeschikt om te rijden
Officiële examentermen: NL Medisch ongeschikt om te rijden · FR Médicalement inapte à conduire
Middenberm
Officiële examentermen: NL Middenberm · FR Terre-plein central
Niet-openbaar gebied (privé)
Officiële examentermen: NL Niet-openbaar gebied (privé) · FR Zone non publique (privée)
Nummerplaat
Officiële examentermen: NL Nummerplaat · FR Plaque d'immatriculation
Onderbroken witte streep
Officiële examentermen: NL Onderbroken witte streep · FR Ligne blanche discontinue
Ongeval
Officiële examentermen: NL Ongeval · FR Accident
Openbaar gebied
Officiële examentermen: NL Openbaar gebied · FR Zone publique
Openbare weg
Officiële examentermen: NL Openbare weg · FR Voie publique
Oversteekplaats
Officiële examentermen: NL Oversteekplaats · FR Passage pour piétons
Overweg
Officiële examentermen: NL Overweg · FR Passage à niveau
Parkeren
Officiële examentermen: NL Parkeren · FR Stationnement
Pechstrook
Officiële examentermen: NL Pechstrook · FR Bande d'arrêt d'urgence
Privéweg
Officiële examentermen: NL Privéweg · FR Voie privée
Remmen
Officiële examentermen: NL Remmen · FR Freins
Richtingaanwijzer
Officiële examentermen: NL Richtingaanwijzer · FR Clignotant
Rijbaan
Officiële examentermen: NL Rijbaan · FR Chaussée
Rijbewijs
Officiële examentermen: NL Rijbewijs · FR Permis de conduire
Rijstrook
Officiële examentermen: NL Rijstrook · FR Voie de circulation
Ritssluitingsprincipe
Officiële examentermen: NL Ritssluitingsprincipe · FR Principe de la fermeture éclair
Rotonde
Officiële examentermen: NL Rotonde · FR Rond-point
Snelheidslimiet
Officiële examentermen: NL Snelheidslimiet · FR Limitation de vitesse
Stilstaan
Officiële examentermen: NL Stilstaan · FR Arrêt
Stop
Officiële examentermen: NL Stop · FR Stop
Stopstreep
Officiële examentermen: NL Stopstreep · FR Ligne d'arrêt
Stuur
Officiële examentermen: NL Stuur · FR Volant
Technische keuring
Officiële examentermen: NL Technische keuring · FR Contrôle technique
Tram
Officiële examentermen: NL Tram · FR Tram
Tweeseconderegel (volgafstand)
Officiële examentermen: NL Tweeseconderegel (volgafstand) · FR Règle des deux secondes (distance de sécurité)
Veiligheidsgordel
Officiële examentermen: NL Veiligheidsgordel · FR Ceinture de sécurité
Verkeersbord
Officiële examentermen: NL Verkeersbord · FR Panneau de signalisation
Verkeerslicht
Officiële examentermen: NL Verkeerslicht · FR Feu de circulation
Verkeersovertreding
Officiële examentermen: NL Verkeersovertreding · FR Infraction routière
Verkeersreglement
Officiële examentermen: NL Verkeersreglement · FR Code de la route
Verzekering
Officiële examentermen: NL Verzekering · FR Assurance
Voetganger
Officiële examentermen: NL Voetganger · FR Piéton
Voetpad
Officiële examentermen: NL Voetpad · FR Trottoir
Voorlopig rijbewijs
Officiële examentermen: NL Voorlopig rijbewijs · FR Permis de conduire provisoire
Voorrang van rechts
Officiële examentermen: NL Voorrang van rechts · FR Priorité de droite
Voorrang verlenen
Officiële examentermen: NL Voorrang verlenen · FR Céder le passage
Voorrangsweg
Officiële examentermen: NL Voorrangsweg · FR Route prioritaire
Waarschuwingsbord
Officiële examentermen: NL Waarschuwingsbord · FR Panneau de danger
Wegmarkering
Officiële examentermen: NL Wegmarkering · FR Marquage routier
Overzicht Verkeersborden
Waarschuwing
A1a — bocht naar links
A1b — bocht naar rechts
A1c — opeenvolgende bochten, de eerste naar links
A1d — opeenvolgende bochten, de eerste naar rechts
A3 — gevaarlijk dalend wegvak
A5 — gevaarlijk stijgend wegvak
A7a — versmalling van de rijbaan
A7b — versmalling langs links
A7c — versmalling langs rechts
A9 — beweegbare brug
A11 — uitgang op een kaai of oever
A13 — oneffen wegdek
A14 — verkeersdrempel(s)
A15 — slipgevaar
A17 — loszittend grind
A19 — vallend gesteente
A21 — waarschuwingsbord, ongeveer 150 meter voor een oversteekplaats
A23 — waarschuwingsbord: kinderen
A25 — waarschuwing: oversteekplaats voor fietsers/bromfietsers op ongeveer 150 m
A27 — oversteken van wild
A29 — doorgang van vee
A31 — waarschuwing: wegenwerken
A41 — vooraankondiging: overweg met slagbomen
A43 — vooraankondiging: overweg zonder slagbomen
A45 — Andreaskruis aan de overweg, één spoor
A47 — Andreaskruis aan de overweg, twee of meer sporen
A49 — tramoverweg
A51 — algemeen gevaar, met een onderbord dat een file verderop aangeeft
Voorrang
B1 — voorrang verlenen
B3 — vooraankondiging: voorrangskruispunt vooraan
B5 — stop
B7 — vooraankondiging: stopbord vooraan
B9 — voorrangsweg
B11 — einde voorrangsweg
B15 — voorrang enkel aan het volgende kruispunt
B17 — herinnering: voorrang van rechts geldt aan het volgende kruispunt
B19 — voorrang verlenen aan tegenliggers
B21 — voorrang op tegenliggers
B22 — fietsers mogen rechtsaf bij rood
B23 — fietsers mogen rechtdoor bij rood
Verbod
C1 — verboden richting, eenrichting (tegenliggers nog toegelaten)
C3 — verboden toegang voor elk voertuig, in beide richtingen
C5 — verboden toegang voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen, en motorfietsen met zijspan
C6 — verboden toegang voor quads (vierwielige terreinvoertuigen met open koetswerk, een motorfietsstuur, en een zadel)
C7 — verboden toegang voor motorfietsen
C9 — verboden toegang voor bromfietsen
C11 — verboden toegang voor fietsers
C13 — verboden toegang voor bespannen voertuigen
C19 — verboden toegang voor voetgangers
C21 — verboden toegang voor voertuigen waarvan het werkelijke (beladen) gewicht de aangeduide waarde overschrijdt (hier 5 ton)
C22 — verboden toegang voor autobussen
C23 — verboden toegang voor vrachtwagens
C24a — verboden toegang voor voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren
C24b — verboden toegang voor voertuigen die gevaarlijke ontvlambare of ontplofbare goederen vervoeren
C24c — verboden toegang voor voertuigen die goederen vervoeren die water kunnen verontreinigen
C25 — verboden toegang voor voertuigen of combinaties die, lading inbegrepen, de aangeduide lengte overschrijden
C27 — verboden toegang voor voertuigen die, lading inbegrepen, de aangeduide breedte overschrijden
C29 — verboden toegang voor voertuigen die, lading inbegrepen, de aangeduide hoogte overschrijden
C31a — verboden links af te slaan aan het volgende kruispunt
C31b — verboden rechts af te slaan aan het volgende kruispunt
C33 — verboden een U-bocht te maken, vanaf dit bord tot en met het volgende kruispunt
C35 — vanaf dit bord tot het volgende kruispunt, verboden een motorfiets, een dierlijk getrokken voertuig, of een voertuig met meer dan twee wielen in te halen
C37 — einde van het verbod opgelegd door bord C35
C39 — vanaf dit bord tot het volgende kruispunt mogen vrachtwagens (of combinaties) met een M.T.M. boven 3,5 ton geen voertuig met meer dan twee wielen, of een door dieren getrokken voertuig, links inhalen
C41 — einde van het verbod opgelegd door bord C39
C43 — maximumsnelheid 50 km/u (elk getal kan op dit bord staan)
C43 (90) met een onderbord — een snelheidslimiet die enkel voor de afrit geldt
C46 — einde van alle plaatselijke verbodsbepalingen opgelegd aan de voertuigen in beweging (heft de beperkingen van C33, C35, C39, en C43 in één keer op)
Gebod
D1a — verplichte richting: enkel rechtdoor
D1b — verplichte richting: enkel links (90° gedraaid voor de spiegelbeeldversie enkel rechts)
D1d — hindernis vooraan: passeer ze aan de kant die de pijl toont
D5 — verplichte rijrichting rotonde
D7 — verplicht fietspad
D9 — gescheiden pad: voetgangers aan één kant, fietsers en bromfietsers klasse A aan de andere
D10 — gedeeld pad: voetgangers en fietsers samen, bromfietsers niet toegelaten
Parkeren & stilstaan
E1 — verboden te parkeren
E3 — verboden stil te staan of te parkeren
E5 — verboden te parkeren aan deze kant van de 1e tot de 15e van de maand
E7 — verboden te parkeren aan deze kant van de 16e tot het einde van de maand
E9a — parkeren toegelaten
E9e — waar je parkeert, moet dat enkel op de berm of het voetpad
E9f — waar je parkeert, moet dat deels op de rijbaan en deels op de berm
E9g — waar je parkeert, moet dat enkel op de rijbaan
Aanwijzing
F1a — begin bebouwde kom
F3a — einde bebouwde kom
F4a — begin zone 30
F5 — begin autosnelweg
F7 — einde autosnelweg
F8 — tunnel vooruit van minstens 500 meter lang, vaak met een onderbord dat de exacte lengte of de naam van de tunnel toont
F9 — begin autoweg
F11 — einde autoweg
F12a — begin woonerf
F12b — einde woonerf
F13 — voorwegwijzer met rijstrookgebruik per richting
F15 — rijstrookbord op autosnelweg: rechte pijlen tonen doorgaande rijstroken, schuine pijlen tonen een rijstrook die de volgende afrit verlaat
F17 — buslane
F18 — bijzondere bedding voorbehouden voor trams en bussen
F19 — eenrichtingsverkeer
F21 — je mag deze hindernis of dit verkeerseiland langs links of rechts passeren
F23a — wegnummer
F23c — nummer van een internationale (E-)weg
F23d — nummer van een Belgische autosnelweg (A-)
F45 — doodlopende straat
F45b — doodlopende straat, uitgezonderd voetgangers en fietsers
F49 — informatiebord, aan de oversteekplaats zelf
F50 — geplaatst aan de oversteekplaats zelf
F62 — noodtelefoon, markeert de SOS-punten die verspreid staan langs een tunnelwand of autosnelweg
F79 — voorwegwijzer: tijdelijke rijstrookafsluiting
F81 — voorwegwijzer: tijdelijke rijstrookomlegging
F83 — voorwegwijzer: tijdelijke overgang naar de berm
F85 — voorwegwijzer: tijdelijk tweerichtingsverkeer op een normaal eenrichtingsweg
F87 — indicatiebord verkeersdrempel, duidt de snelheidslimiet van 30 km/u aan
F89 — vooraankondiging van dezelfde limieten, ongeveer 1500 m vooraf
F91 — 90 km/u op de twee linkse stroken, 70 km/u op de rechtse
F97 — een rijstrook valt weg
F99a — een pad voor voetgangers, fietsers, en ruiters samen (het pictogram verandert naargelang welke groepen precies toegelaten zijn)
F99c — een concreet voorbeeld van dit pictogram: voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, en ruiters
F101a — einde van de weg voorbehouden voor deze categorieën
F103 — begin voetgangerszone
F105 — einde voetgangerszone
F111 — begin fietsstraat
F113 — einde fietsstraat
F117 — begin van een lage-emissiezone (LEZ)
F118 — einde van een lage-emissiezone (LEZ)
Onderborden
GXI — het onderbord dat aangeeft dat de limiet enkel voor de afrit geldt
Onderborden
M1 — 'fietsers' (onder het buslane-bord F17 om ook fietsers toe te laten)
M2 — 'uitgezonderd fietsers' (onder een verbodsbord)
M6 — bromfietsers klasse B moeten dit fietspad ook gebruiken
M7 — bromfietsers klasse B mogen dit fietspad niet gebruiken
Onderborden
Xa — pijl omhoog: de beperking erboven begint hier en loopt voorbij dit punt door
Xb — pijl omlaag: de beperking erboven eindigt op dit punt