Pass Theory
« Terug naar hoofdstukken

Hoofdstuk 8

Voetgangers, Fietsers & Andere Kwetsbare Weggebruikers

Voorrang aan oversteekplaatsen, de parkeervrije zone voor een oversteekplaats, de minimale inhaalafstand voor fietsers en bromfietsers, hoe fietsers naast elkaar mogen rijden, de borden B22 en B23, en andere kwetsbare weggebruikers.

Voetgangers, fietsers, bromfietsers en gelijkaardige weggebruikers hebben geen metalen carrosserie om zich heen. Als bestuurder moet je hen extra ruimte en extra aandacht geven, vooral kinderen, ouderen en personen met een beperking.

Voorrang aan oversteekplaatsen

Aan een gemarkeerde oversteekplaats zonder verkeerslichten of politieagent moet je voorrang verlenen aan elke voetganger die al op de oversteekplaats staat of duidelijk op het punt staat erop te stappen. Dit geldt zelfs als je afslaat aan een kruispunt en groen licht hebt — voetgangers die de weg waar je naar afslaat al oversteken of betreden, behouden voorrang op jou.

Je mag nooit parkeren of stilstaan binnen 5 meter voor een oversteekplaats of een kruispunt — deze ruimte houdt het zicht vrij tussen bestuurders en iedereen die wil oversteken.
5 m

Voorrang verlenen aan een voetganger op of die op het punt staat op te stappen

Niet stilstaan of parkeren binnen 5 m van de oversteekplaats

A21 — waarschuwingsbord, ongeveer 150 meter voor een oversteekplaats

A21 — waarschuwingsbord, ongeveer 150 meter voor een oversteekplaats

F49 — informatiebord, aan de oversteekplaats zelf

F49 — informatiebord, aan de oversteekplaats zelf

Een oversteekplaats heeft soms ook 'vleugels' — schuine markering die de plaats aan beide uiteinden breder maakt, zodat ze duidelijker opvalt, vooral voor een vrachtwagenchauffeur die hoog boven de weg zit. Voetgangers hebben een gelijkaardige plicht: waar binnen 20 meter een gemarkeerde oversteekplaats ligt, moeten ze daarnaar toe lopen in plaats van ergens anders de weg op te stappen; enkel wanneer er in de buurt niets geschikts is, mogen ze op een ander punt oversteken, en dan moeten ze voorrang geven aan het verkeer dat al op de weg is.


Wie telt als voetganger

De wegcode definieert een 'weggebruiker' als iedereen die zich op de openbare weg bevindt — voetgangers samen met iedereen die een voertuig bestuurt. Dieren, of het nu een kat of een ontsnapte koe is, en voorwerpen, zoals een onbeheerde fiets tegen een muur, tellen op zichzelf niet als weggebruiker. Een voetganger is iemand die zich te voet verplaatst, en die verondersteld wordt het voetpad, trottoir, of de berm te gebruiken waar die beschikbaar is; is er geen, dan is het fietspad de volgende keuze, met de rijbaan zelf enkel als laatste optie.

Wettelijk gezien omvat 'voetganger' meer dan iemand die met lege handen wandelt. Iedereen die een kruiwagen, een winkelkarretje, een rolstoel, of een ander niet-gemotoriseerd toestel op wandeltempo begeleidt, valt onder dezelfde noemer — net als iemand die een defecte fiets of bromfiets voortduwt. Een auto of een motorfiets wordt anders behandeld: hoezeer je hem ook duwt, hij blijft een voertuig, geen last van een voetganger.


Voetgangerszones

F103 — begin voetgangerszone

F103 — begin voetgangerszone

F105 — einde voetgangerszone

F105 — einde voetgangerszone

Een bestuurder die uitzonderlijk toegang krijgt tot een voetgangerszone — bijvoorbeeld een bewoner, of een leveringsbestelwagen binnen het toegelaten tijdvenster — is aan drie vereisten gebonden: rijd stapvoets, houd een doorgang open voor iedereen te voet en wees bereid te stoppen, en mag onder geen enkele omstandigheid een voetganger in de weg staan.

C19 — verboden toegang voor voetgangers

C19 — verboden toegang voor voetgangers

A23 — waarschuwingsbord: kinderen

A23 — waarschuwingsbord: kinderen


Wie telt als bestuurder

De wegcode omschrijft een bestuurder als iedereen die een voertuig bedient, met of zonder motor. Duw je een auto of een motorfiets voort, dan blijf je de bestuurder ervan — heel anders dan bij het voortduwen van een fiets of bromfiets, wat je juist tot voetganger maakt. Drie verplichtingen blijven dan wel gelden: het juiste rijbewijs moet je bij je hebben, een helm dragen als het om een motorfiets gaat, en op de rijbaan lopen in plaats van op het voetpad.

Deze categorie strekt zich ook uit tot iedereen op de openbare weg die trekdieren, landbouwdieren, of paarden begeleidt of bewaakt — iemand die vee naar een veld drijft, een ruiter, een begeleider naast een jonge ruiter, of de bestuurder van een door paarden getrokken kar tellen allemaal als bestuurder in deze zin. Een korte opmerking over de woordkeuze vanaf hier: 'weggebruikers' omvat voetgangers plus bestuurders van elk soort voertuig, gemotoriseerd of niet, terwijl 'bestuurders' op zich voetgangers buiten beschouwing laat.

C7 — verboden toegang voor motorfietsen

C7 — verboden toegang voor motorfietsen

C9 — verboden toegang voor bromfietsen

C9 — verboden toegang voor bromfietsen

C22 — verboden toegang voor autobussen

C22 — verboden toegang voor autobussen

C23 — verboden toegang voor vrachtwagens

C23 — verboden toegang voor vrachtwagens

C13 — verboden toegang voor bespannen voertuigen

C13 — verboden toegang voor bespannen voertuigen

C5 — verboden toegang voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen, en motorfietsen met zijspan

C5 — verboden toegang voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen, en motorfietsen met zijspan

C6 — verboden toegang voor quads (vierwielige terreinvoertuigen met open koetswerk, een motorfietsstuur, en een zadel)

C6 — verboden toegang voor quads (vierwielige terreinvoertuigen met open koetswerk, een motorfietsstuur, en een zadel)

In tegenstelling tot C1 en C3, die een hele straat beperken, laten C5, C6, C7, C9, C13, C22, en C23 telkens nog tegenliggers van die categorie toe — een bord dat een categorie voertuigen verbiedt om in één richting binnen te rijden, houdt diezelfde categorie niet tegen om uit de andere richting te naderen. Twee van deze pictogrammen kunnen ook op één bord gecombineerd worden, zoals C5 met C7, die dan beide categorieën tegelijk verbiedt maar hen nog toelaat in de andere richting te rijden.

Deze verbodsborden, samen met C9, C11, en C19 die eerder aan bod kwamen, verbieden telkens enkel de specifieke categorie bestuurder of weggebruiker die op het pictogram staat — een bord is niet automatisch bindend voor elk soort bestuurder, enkel voor de categorieën die het effectief afbeeldt.


Veilig een fietser of bromfietser inhalen

Wanneer je een fietser, speed pedelec of bromfietser inhaalt, moet je een minimale zijdelingse afstand van 1 meter in de bebouwde kom en 1,5 meter buiten de bebouwde kom laten. Is er onvoldoende plaats op de weg om die afstand te laten, dan mag je niet inhalen — blijf achter tot het veilig is.

Dezelfde minimumafstand — 1 meter binnen een bebouwde kom, 1,5 meter erbuiten — geldt wanneer je een voetganger passeert die op de rijbaan loopt, en wanneer je een fietser of bromfietser inhaalt die een fietspad naast je gebruikt in plaats van de weg zelf. Ze geldt ook bij het kruisen van tegemoetkomende fietsers of voetgangers, niet enkel bij het inhalen.
1 m

In de bebouwde kom: minstens 1 meter

1.5 m

Buiten de bebouwde kom: minstens 1,5 meter

Is er niet genoeg plaats voor deze afstand, dan mag je niet inhalen — blijf achter de fietser.


Fietspaden: wat ze zijn

Een fietspad is dat deel van de openbare weg dat voorbehouden is voor fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A, waarvan de snelheid beperkt is tot 25 km/u. Het valt volledig buiten de rijbaan, wat betekent dat een auto er niets te zoeken heeft om te rijden, stil te staan, of te parkeren. Je herkent er een aan de borden hieronder, of aan een paar parallelle onderbroken witte strepen waartussen geen autoverkeer is toegelaten.

D9 — gescheiden pad: voetgangers aan één kant, fietsers en bromfietsers klasse A aan de andere

D9 — gescheiden pad: voetgangers aan één kant, fietsers en bromfietsers klasse A aan de andere

D10 — gedeeld pad: voetgangers en fietsers samen, bromfietsers niet toegelaten

D10 — gedeeld pad: voetgangers en fietsers samen, bromfietsers niet toegelaten

F99a — een pad voor voetgangers, fietsers, en ruiters samen (het pictogram verandert naargelang welke groepen precies toegelaten zijn)

F99a — een pad voor voetgangers, fietsers, en ruiters samen (het pictogram verandert naargelang welke groepen precies toegelaten zijn)

F101a — einde van de weg voorbehouden voor deze categorieën

F101a — einde van de weg voorbehouden voor deze categorieën

F99a duidt het begin aan van een weg voorbehouden voor de specifieke categorieën weggebruikers die het pictogram toont, en F101a — hetzelfde bord met een rode diagonale streep — duidt het einde aan. Op zo'n voorbehouden weg moeten bestuurders extra voorzichtig zijn wanneer er kinderen aanwezig zijn, en geldt een snelheidslimiet van 30 km/u.

F99c — een concreet voorbeeld van dit pictogram: voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, en ruiters

F99c — een concreet voorbeeld van dit pictogram: voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, en ruiters

Een klein wit bordje onder het verplichte-fietspad-bord D7 kan een regel toevoegen voor bromfietsers klasse B: het ene bordje betekent dat zij het fietspad ook moeten gebruiken, het andere dat het hen net verboden is. Waar helemaal geen fietspad bestaat, kan het verbodsbord C11 (een fietssymbool in een rode cirkel) fietsers ook volledig van een weg weren.

C11 — verboden toegang voor fietsers

C11 — verboden toegang voor fietsers

M6 — bromfietsers klasse B moeten dit fietspad ook gebruiken

M6 — bromfietsers klasse B moeten dit fietspad ook gebruiken

M7 — bromfietsers klasse B mogen dit fietspad niet gebruiken

M7 — bromfietsers klasse B mogen dit fietspad niet gebruiken

Ga er niet zomaar van uit dat verf een fietspad maakt: een strook op de rijbaan met een kleur — rood, groen, of blauw — is niet meer dan een hint, tenzij ze ook de parallelle onderbroken strepen of een officieel bord draagt. Zonder die kenmerken heet het een 'fietssuggestiestrook', en auto's blijven er vrij om te rijden, stil te staan, en te parkeren, net als op elke gewone rijstrook.

Op het punt waar een fietspad ophoudt en fietsers terug moeten aansluiten op de rijbaan, hebben zij voorrang — het zijn de bestuurders op de rijbaan die hen voorrang moeten verlenen, niet omgekeerd. Dat invoegpunt heeft ook zijn eigen bufferzone van 5 meter: geen stilstaan of parkeren, op de weg of de berm, binnen 5 meter aan weerszijden ervan.


Oversteekplaatsen voor fietsers en bromfietsers

Een oversteekplaats specifiek voorbehouden voor fietsers en bromfietsers krijgt haar eigen vooraankondiging op ongeveer 150 meter via bord A25, met het blauwe bord F50 dat de oversteekplaats zelf markeert. De regel hier is net omgekeerd aan die van een voetgangersoversteekplaats: het zijn de fietsers en bromfietsers die voorrang moeten verlenen aan het verkeer dat al op de weg is — toch moet je nog steeds aan matige snelheid naderen zodat je hen niet in gevaar brengt of hindert. Stilstaan en parkeren zijn verboden op de oversteekplaats, op de berm ernaast, en op de weg tot 5 meter ervoor.

A25 — waarschuwing: oversteekplaats voor fietsers/bromfietsers op ongeveer 150 m

A25 — waarschuwing: oversteekplaats voor fietsers/bromfietsers op ongeveer 150 m

F50 — geplaatst aan de oversteekplaats zelf

F50 — geplaatst aan de oversteekplaats zelf


Hoe fietsers mogen rijden

  • Op een fietspad mogen fietsers altijd naast elkaar rijden — behalve wanneer een andere fietser of bromfietser wil inhalen, of wanneer een tweerichtingsfietspad te smal is om tegenliggers te laten passeren.
  • Waar er geen fietspad is en fietsers de rijbaan volgen, mogen ze eveneens naast elkaar rijden — behalve waar dit tegenliggers zou beletten te passeren.
  • Buiten de bebouwde kom moeten fietsers die naast elkaar op de rijbaan rijden achter elkaar gaan rijden zodra een voertuig hen van achteren nadert.
  • Een fietser met een aanhangwagen moet achter elkaar rijden (alleen).
  • Kinderen tot en met 9 jaar mogen altijd op het voetpad fietsen.
Een handvol smalle wegen leidt het autoverkeer naar een middenrijbaan, afgebakend door twee parallelle onderbroken strepen, met aan elke rand een zijstrook voorbehouden voor fietsers, bromfietsers klasse A, speed pedelecs, en paarden of andere dieren — ook voetgangers mogen de linkerstrook gebruiken. Een auto mag kort naar de zijstrook uitwijken om een andere auto te passeren, zolang niemand die ze gebruikt gehinderd wordt, maar parkeren kan niet, niet op de middenrijbaan en niet op een zijstrook.

Fietsers die in grote groep rijden

Neem een georganiseerde toergroep van 15 tot 50 fietsers die als eenheid samen rijdt: ze is niet verplicht een fietspad te gebruiken en mag de hele weg naast elkaar op de rijbaan rijden, weliswaar beperkt tot de rechterrijstrook, of, waar de weg geen rijstrookmarkering heeft, tot niet meer dan de helft van de breedte. Zo'n groep kan geflankeerd worden door een begeleidende auto ongeveer 30 meter vooraan en een andere 30 meter achteraan; is er maar één begeleidende auto, dan neemt die de achterste positie in.

Schaal dat op naar een groep van 51 tot 150, en dezelfde voorrangsregels blijven gelden, maar nu zijn begeleidende auto's niet langer optioneel — er moet er één voor de groep rijden en één erachter, en elk moet een herkenbaar blauw bord tonen, een algemeen gevaarsymbool met daaronder een witte fiets, zo geplaatst dat zowel tegemoetkomend als volgend verkeer het zonder moeite kan opmerken. Bereikt de groep een kruispunt zonder verkeerslichten, dan mag een aangewezen wegkapitein het kruisend verkeer tegenhouden zolang als nodig is om de hele groep — inclusief begeleidende auto's — te laten passeren.


Fietsstraten en fietszones

Een fietsstraat begint bij het bord F111 en loopt door tot het bord F113 verschijnt — of, bij ontstentenis daarvan, tot het volgende kruispunt. Binnenin staat de fietser boven elke andere weggebruiker, ook al mogen motorvoertuigen er nog steeds inrijden; wat ze niet mogen, is een fietser passeren binnen de grenzen ervan, en 30 km/u is het plafond. Technisch gezien heeft een koninklijk besluit van 12 maart 2023 dit begrip vervangen door de 'fietszone' hieronder, maar een overgangsperiode van 9 jaar houdt elke reeds bestaande fietsstraat — en de regel zelf — volledig geldig en nog steeds examenstof.

F111 — begin fietsstraat

F111 — begin fietsstraat

F113 — einde fietsstraat

F113 — einde fietsstraat

Een fietszone begint bij een bord 'begin zone' en eindigt bij een bord 'einde zone'. Erbinnen mogen fietsers en speed pedelecs de volledige breedte van de rijbaan gebruiken — of, op een tweerichtingsweg, moeten ze de rechterhelft aanhouden. Motorvoertuigen mogen nog steeds binnenrijden, maar mogen, net als in een fietsstraat, geen fietser inhalen, en dezelfde limiet van 30 km/u geldt.


Fietsers en rood licht: borden B22 en B23

Aan sommige kruispunten met verkeerslichten laat een extra bord fietsers toe om door rood of oranje te rijden in één specifieke richting: B22 laat fietsers rechts afslaan, en B23 laat hen rechtdoor rijden. Geen van beide borden geeft fietsers voorrang — ze moeten nog steeds voorrang verlenen aan ander verkeer en voetgangers, en mogen enkel verder rijden wanneer het veilig is.

B22 — fietsers mogen rechtsaf bij rood

B22 — fietsers mogen rechtsaf bij rood

B23 — fietsers mogen rechtdoor bij rood

B23 — fietsers mogen rechtdoor bij rood


Andere kwetsbare weggebruikers

Een persoon in een rolstoel of scootmobiel die aan wandeltempo rijdt, wordt beschouwd als voetganger en heeft dezelfde voorrang. Een persoon die te voet een dier begeleidt — zoals een paard of een hond aan de leiband — is wettelijk ook een voetganger, in tegenstelling tot iemand die het dier daadwerkelijk berijdt. Ruiters en personen die dieren begeleiden hebben nog steeds extra ruimte en geduld nodig — laat je motor nooit toeren, claxonneer niet, en passeer hen niet van dichtbij. Rond scholen, speelpleinen en woonstraten moet je altijd voorbereid zijn op een kind dat onverwacht de straat op stapt.

Als een paard dat je nadert nerveus of geschrokken lijkt, rij dan niet gewoon verder zoals normaal: vertraag sterk of stop, houd je motor stil, en wacht tot de ruiter of begeleider het onder controle heeft en aangeeft dat het veilig is om te passeren.

Hoofdstuktest

Test wat je onthouden hebt. De vragen en antwoordvolgorde worden bij elke poging door elkaar gehusseld, en je hebt 20 seconden om elke vraag te beantwoorden.