Pass Theory
« Terug naar hoofdstukken

Hoofdstuk 1

De Openbare Weg & Waar het Verkeersreglement Geldt

Wat juridisch als openbare weg geldt in België, waaruit een weg is opgebouwd, de regel om rechts te houden, en de standaard snelheidslimieten per gewest.

Wat geldt juridisch als een openbare weg?

Een openbare weg is veel meer dan enkel verharde straten in de stad: ook een brug, tunnel, plein, autosnelweg of zelfs een onverharde weg telt mee, zolang het publiek er echt vrij kan komen en gaan — met alle voertuigen, of slechts met bepaalde — zonder eerst een reden of iemands toestemming nodig te hebben.

  • Dit geldt ook voor voetgangers, en voor iedereen die een lastdier leidt, een door paarden getrokken kar bestuurt, of vee drijft — ook zij mogen de meeste openbare wegen of delen ervan gebruiken.
  • Niemand kan van je eisen dat je uitlegt waarom je je op een openbare weg bevindt.

Openbaar terrein en privéterrein

Een openbaar terrein is een andere, smallere categorie — denk aan de parking van een supermarkt of het voorplein van een tankstation. Het publiek mag er komen, maar enkel bezoekers die er echt iets te doen hebben, niet zomaar iedereen die voorbijkomt.

Terrein dat helemaal niet publiek toegankelijk is — bijvoorbeeld een transportbedrijfsterrein, of het afgesloten circuit waar een rijschool haar lessen geeft — blijft doorlopend privé-eigendom. Om er te rijden heb je de specifieke toestemming van de eigenaar of een vergunning nodig, en elke weg met het bord 'privéterrein' volgt dezelfde regel: het is geen openbare weg, hoe het er ook uitziet.

Waar geldt het verkeersreglement?

Enkel op de openbare weg heeft het verkeersreglement rechtskracht — een overtreding daar leidt tot een boete. Dat betekent niet dat alles mag daarbuiten: bepaalde ernstige zaken volgen je overal. Rijden onder invloed, een ongeval met letsel veroorzaken, of rijden zonder geldig rijbewijs kunnen nog altijd beboet of vervolgd worden, waar het ook gebeurt.

Trams vormen een zeldzame uitzondering op bijna het hele verkeersreglement — maar geen volledige. Een trambestuurder moet nog steeds de aanwijzingen van iedereen die bevoegd is om het verkeer te regelen, zoals een politieagent, opvolgen, en moet verkeerslichten respecteren net als ieder ander.

Waaruit een openbare weg is opgebouwd

Voetpad
Berm
Fietspad
Rijbaan
Middenberm
Zie een openbare weg niet enkel als de strook waar auto's rijden — voetpaden, fietspaden, de bermen aan weerszijden, en een eventuele middenberm horen er evengoed bij.
  • Rijbaan: het verharde gedeelte dat is aangelegd om verkeer te dragen — van gewone auto's en bussen tot bromfietsen en landbouwvoertuigen.
  • Fietspad: voorbehouden voor fietsers — en, enkel waar zo'n pad ontbreekt, ook voor bromfietsen klasse A.
  • Berm en verhoogde berm: de schouder naast de rijbaan, doorgaans niet bedoeld om op te rijden of te parkeren.
  • Middenberm: de strook die twee rijbanen van elkaar scheidt, zoals je die middenin een autosnelweg vindt.
  • Voetpad: uitsluitend voorbehouden voor voetgangers.

Rechts houden op de rijbaan

In België rijdt men rechts. Dat betekent dat je met je voertuig zo veel mogelijk naar de rechterkant van de rijbaan blijft, telkens wanneer dat redelijkerwijs kan — zonder goede reden naar het midden of naar links uitwijken is een strafbare verkeersovertreding.

Juist — rechts houden

Niet toegelaten zonder reden

Er is één belangrijke uitzondering: zodra een weg zichtbaar opsplitst in twee of meer aparte rijbanen — gescheiden door bijvoorbeeld een verhoogde middenstrook, een strook waar voertuigen niet over kunnen, of gewoon een niveauverschil — mag je niet oversteken naar de rijbaan links van jou. Dat verandert enkel als een politieagent je erdoor wuift, of een bord uitdrukkelijk iets anders voorschrijft.

Langs sommige rijbanen zie je een doorlopende witte streep dicht bij de rand. Lees er niets meer in dan wat ze letterlijk toont: waar de rijbaan ophoudt. Op zich verbiedt of vereist ze geen enkele specifieke handeling.


Standaard snelheidslimieten (tenzij een bord iets anders aangeeft)

Een geplaatst snelheidsbord heeft altijd voorrang op onderstaande standaardlimieten. Waar geen bord staat, gelden deze algemene limieten:

C43 — maximumsnelheid 50 km/u (elk getal kan op dit bord staan)

C43 — maximumsnelheid 50 km/u (elk getal kan op dit bord staan)

F1a — begin bebouwde kom

F1a — begin bebouwde kom

F3a — einde bebouwde kom

F3a — einde bebouwde kom

  • Bebouwde kom (tussen de borden F1a en F3a): 50 km/u in heel België.
  • Buiten de bebouwde kom, op een gewone weg: 70 km/u in Vlaanderen, 90 km/u in Wallonië.
  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: sinds 1 januari 2021 geldt overal standaard 30 km/u ('Stad 30') — enkel enkele structurele wegen zijn met 50 of 70 km/u aangeduid.
  • Autosnelweg: 120 km/u, vanaf bord F5 tot bord F7.
F5 — begin autosnelweg

F5 — begin autosnelweg

F7 — einde autosnelweg

F7 — einde autosnelweg

120 km/u is niet exclusief voor autosnelwegen: een autoweg of een gewone weg buiten de bebouwde kom staat ook 120 km/u toe, op voorwaarde dat elke rijrichting minstens twee rijstroken heeft en de richtingen gescheiden zijn door een middenberm. Waar de richtingen enkel door wegmarkering gescheiden zijn (geen middenberm), geldt in plaats daarvan de gewestelijke standaardlimiet: 70 km/u in Vlaanderen en Brussel, 90 km/u in Wallonië. Er geldt geen minimumsnelheid op een autoweg of gewone weg — maar zo traag rijden dat anderen je moeten inhalen, is zelf een overtreding.
Overdreven snelheid kan je meteen je rijbewijs kosten, nog voor er een rechtszaak is: de politie trekt je rijbewijs onmiddellijk 15 dagen in als je meer dan 20 km/u boven de limiet wordt betrapt in een bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, of een woonwijk, of meer dan 30 km/u boven de limiet elders. Een rechter kan dat verbod nadien nog verlengen.
Er is een tweede, zwaardere consequentie bovenop de onmiddellijke intrekking: een rechter — niet de politie — kan een verval van het recht tot sturen uitspreken als je de limiet met meer dan 40 km/u overschrijdt op een autosnelweg, autoweg, of gewone weg, of met meer dan 30 km/u in een bebouwde kom, zone 30, of woonwijk. Dit wordt later in de rechtbank beslist, bovenop de onmiddellijke intrekking die de politie al oplegde.

Snelheidszones en bijzondere plaatsen

Bij het binnenrijden van een dorp of stad zie je soms ook een plaatsnaambord op een oranje paneel met een rode rand. Verwar het niet met een zonebord — het bestaat enkel om de gemeentegrens aan te duiden en heeft geen enkel gewicht in het verkeersreglement.

F4a — begin zone 30

F4a — begin zone 30

Ruimer bekeken betekent een 'zone' een stuk van een of meer openbare wegen dat begrensd wordt door een bord 'Begin zone' aan het ene uiteinde en een bord 'Einde zone' aan het andere — een zone 30 is het alledaagse voorbeeld. Wat dat instapbord voorschrijft blijft gelden voor het volledige stuk, dag en nacht, tot je het eindbord passeert. Is het bord zelf een elektronisch scherm, dan telt het juridisch enkel zolang het effectief ingeschakeld is en iets toont.

Een zone-30-bord legt enkel de snelheidslimiet vast — het maakt op zich niet dat voorrang van rechts geldt aan elk kruispunt binnen de zone. Voorrang wordt nog steeds per kruispunt bepaald, op basis van de normale regels, borden, en markering ter plaatse.

Woonerven

F12a — begin woonerf

F12a — begin woonerf

F12b — einde woonerf

F12b — einde woonerf

Binnen een woonerf krijgt de woonfunctie voorrang op doorgaand verkeer. Voetgangers mogen de volledige breedte van de straat gebruiken, en ook kinderen mogen er spelen — mits ze geen onnodige hindernis vormen. De snelheid is beperkt tot 20 km/u, en parkeren mag enkel binnen de daarvoor aangelegde en gemarkeerde vakken, aan beide kanten van de straat.

P

20 km/u — voetgangers mogen de volledige breedte gebruiken

Enkel parkeren in aangeduide zones

Speelstraten en schoolstraten

Een speelstraat geeft voor een vastgestelde periode de volledige breedte van de straat over aan de kinderen. De enige voertuigen die er nog door mogen zijn die van bewoners van die straat, garages met rechtstreekse toegang daar, en prioritaire voertuigen — en zelfs zij mogen enkel stapvoets rijden.

Tweemaal per schooldag — bij het begin en bij het einde van de lessen — sluit een schoolstraat haar deuren voor gemotoriseerd verkeer om het rond de school rustiger te houden. Een handvol weggebruikers mag nog door: voetgangers, fietsers, mensen die er wonen of een garage hebben, prioritaire voertuigen, en wie een specifieke vergunning heeft. Zij allen zijn beperkt tot stapvoets, moeten voorrang geven aan voetgangers en fietsers, en mogen hen nooit in gevaar brengen of hinderen. Zo'n combinatie van borden kan ook een ruimere 'schoolomgeving' aanduiden rond de toegangswegen naar een school.


Verkeersdrempels

Een verkeersdrempel is een doelbewust verhoogd stuk wegdek, enkel aangelegd om verkeer te dwingen te vertragen. Een gevaarsbord A14 waarschuwt bestuurders ongeveer 150 meter op voorhand, en het bord F87 duidt de drempel zelf aan. Waar zo'n bord van toepassing is, de drempel aan een kruispunt ligt, of ze zich binnen een zone 30 bevindt, zakt de snelheidslimiet er naar 30 km/u. Een ander voertuig links inhalen is op een verkeersdrempel in alle andere gevallen verboden — de enige uitzondering, sinds 1 april 2023, is dat je er een fietser mag inhalen.

F87 — indicatiebord verkeersdrempel, duidt de snelheidslimiet van 30 km/u aan

F87 — indicatiebord verkeersdrempel, duidt de snelheidslimiet van 30 km/u aan

150 m

A14 waarschuwt ca. 150 m vooraf

F87 duidt de drempel zelf aan: 30 km/u

Links inhalen is verboden op een verkeersdrempel — behalve een fietser, toegelaten sinds 1 april 2023.


Rijden met een voorlopig rijbewijs

Met een voorlopig rijbewijs mag je niet rijden op de openbare weg tijdens deze uren:

2206

22u – 6u — niet rijden met een voorlopig rijbewijs

Vrijdag-, zaterdag- en zondagnacht, en de avond vóór of van een feestdag

  • Vrijdagnacht 22u tot zaterdagochtend 6u
  • Zaterdagnacht 22u tot zondagochtend 6u
  • Zondagnacht 22u tot maandagochtend 6u
  • De nacht voor een wettelijke feestdag, 22u tot 6u de volgende ochtend
  • De avond van een wettelijke feestdag, 22u tot 6u de volgende ochtend
Overdreven snelheid wordt extra streng beoordeeld bij houders van een voorlopig rijbewijs: bovenop de gebruikelijke intrekking langs de weg of rechterlijke straf, kan een rechter je verplichten het theoretisch en praktisch examen opnieuw af te leggen voor je weer mag rijden.

Het stuur vasthouden

Grijp het stuur met beide handen vast, ruwweg op de klokstanden 'tien voor twee' of 'kwart voor drie', met je armen losjes gebogen in plaats van gestrekt. Die houding laat ruimte om het stuur met kleine correcties naar links of rechts te duwen terwijl je handen precies blijven waar ze zijn.

Medisch ongeschikt om te rijden

Beslist een arts dat je fysiek of mentaal niet geschikt bent om te rijden, dan geeft de wet je vier werkdagen om je rijbewijs af te geven bij je gemeente. Je krijgt het terug zodra een arts bevestigt dat je opnieuw geschikt bent om te rijden.

Hoofdstuktest

Test wat je onthouden hebt. De vragen en antwoordvolgorde worden bij elke poging door elkaar gehusseld, en je hebt 20 seconden om elke vraag te beantwoorden.