Hoofdstuk 2
Verkeersborden: Categorieën & Hoe Ze Te Lezen
België heeft honderden verkeersborden, maar slechts zeven families van vorm en kleur. Ken je de families, dan kan je de betekenis van elk bord goed inschatten — zelfs een bord dat je nog nooit zag.
A — Gevaarsborden
Driehoekig, met een rode rand en een zwart symbool op een witte of gele achtergrond. Ze waarschuwen voor een gevaar verderop — ze bevelen zelf niets, maar je moet je rijgedrag aanpassen aan het gevaar dat ze beschrijven.
A1a — bocht naar links
A7a — versmalling van de rijbaan
A15 — slipgevaar
A49 — tramoverweg
B — Voorrangsborden
Deze twee borden zijn zo belangrijk dat ze hun eigen unieke vorm hebben, herkenbaar zelfs ondersteboven of onder de sneeuw: de omgekeerde driehoek betekent 'voorrang verlenen', de achthoek betekent 'stop' — volledig stoppen is verplicht, ook al lijkt de weg vrij.
B1 — voorrang verlenen
B5 — stop
Vooraankondiging van een voorrangs- of stopbord
B3 en B7 zijn vooraankondigingen van B1 en B5: B3 zegt dat er een voorrangskruispunt aankomt, B7 dat er een stopbord aankomt, telkens op de afstand die op het bord zelf staat.
B3 — vooraankondiging: voorrangskruispunt vooraan
B7 — vooraankondiging: stopbord vooraan
Een derde voorrangsbord werkt anders: de gele ruit betekent dat je op een voorrangsweg rijdt en voorrang behoudt op elke zijweg tot een bord dit opheft — in tegenstelling tot B1 en B5, die enkel gelden voor het ene kruispunt waar ze staan.
B9 — voorrangsweg
C — Verbodsborden
Rond, met een rode rand op een witte achtergrond. Ze verbieden iets — meestal een beweging of een type weggebruiker. Toont het bord enkel een effen rode cirkel zonder symbool, dan betekent dit dat helemaal geen voertuigen zijn toegelaten, in geen van beide richtingen.
C1 — verboden richting, eenrichting (tegenliggers nog toegelaten)
C3 — verboden toegang voor elk voertuig, in beide richtingen
C43 — maximumsnelheid (hier 50 km/u)
D — Gebodsborden
Rond, met een blauwe achtergrond en een wit symbool — het spiegelbeeld van een verbodsbord. In plaats van iets te verbieden, bevelen ze een specifieke richting of handeling die je moet volgen.
D1a — verplichte richting: enkel rechtdoor
D1b — verplichte richting: enkel links (90° gedraaid voor de spiegelbeeldversie enkel rechts)
D7 — verplicht fietspad
D7 maakt het fietspad verplicht: fietsers en bromfietsers klasse A moeten het gebruiken in plaats van de rijbaan.
D1d — hindernis vooraan: passeer ze aan de kant die de pijl toont
F21 — je mag deze hindernis of dit verkeerseiland langs links of rechts passeren
E — Parkeer- en stilstaanborden
Rechthoekige borden die parkeren en stilstaan regelen. Een blauw bord met een witte 'P' betekent dat parkeren toegelaten is, soms met voorwaarden; een rode diagonale streep erdoor betekent dat parkeren daar verboden is.
E1 — verboden te parkeren
E9a — parkeren toegelaten
E3 — verboden stil te staan of te parkeren
E1 en E3 lijken op elkaar maar betekenen iets anders: E1 verbiedt parkeren, maar je mag nog wel even stilstaan, bijvoorbeeld om iemand af te zetten. E3 verbiedt stilstaan volledig — je mag er zelfs geen moment wachten.
F — Aanwijzingsborden
Meestal rechthoekig en blauw. Ze waarschuwen noch verbieden — ze geven praktische informatie: waar een bebouwde kom begint, dat een weg een doodlopende straat is, welke rijstrook waarheen leidt, of waar een autosnelweg begint.
F45 — doodlopende straat
F19 — eenrichtingsverkeer
F19 vertelt je dat een straat eenrichtingsverkeer heeft, dus er komen daar geen tegenliggers — al kan een klein bordje bepaalde weggebruikers, fietsers inbegrepen, toch toelaten om de andere kant op te rijden. Rijd verder gewoon rechts, en parkeren mag aan de kant van de straat waar plaats is. Dit bord wordt makkelijk verward met D1a, maar het is een heel ander soort bord: F19 beschrijft alleen, terwijl D1a een echt bevel is dat aan één specifiek kruispunt vasthangt.
M — Onderborden
Kleine rechthoekige borden onder een hoofdbord. Ze verschijnen nooit alleen — ze verfijnen, verlengen of voegen een uitzondering toe aan de betekenis van het bord erboven, zoals een afstand, een tijdsbeperking, of een vrijgestelde groep weggebruikers.
M2 — 'uitgezonderd fietsers' (onder een verbodsbord)
Meer gevaarsborden om te herkennen
Je kent het patroon al: een driehoek met rode rand waarschuwt voor een gevaar, en het pictogram toont welk gevaar dat is. Hier zijn veelvoorkomende borden die je op het examen op zicht moet herkennen.
A1b — bocht naar rechts
A1c — opeenvolgende bochten, de eerste naar links
A1d — opeenvolgende bochten, de eerste naar rechts
A3 — gevaarlijk dalend wegvak
A5 — gevaarlijk stijgend wegvak
A7b — versmalling langs links
A7c — versmalling langs rechts
A13 — oneffen wegdek
A14 — verkeersdrempel(s)
Sommige gevaarsborden wijzen op een specifiek obstakel of kenmerk in plaats van de vorm van de weg zelf:
A17 — loszittend grind
A19 — vallend gesteente
A9 — beweegbare brug
A11 — uitgang op een kaai of oever
Andere waarschuwen voor dieren die de weg kunnen oversteken of gebruiken:
A29 — doorgang van vee
A27 — oversteken van wild
Past geen enkel pictogram, dan wordt een algemene gevarendriehoek gebruikt met een klein onderbord dat precies uitlegt wat het gevaar is — nog een voorbeeld van het onderbord (M) principe van hierboven.
A51 — algemeen gevaar, met een onderbord dat een file verderop aangeeft
Meer aanwijzingsborden om te herkennen
F45b — doodlopende straat, uitgezonderd voetgangers en fietsers
F23a — wegnummer
De vuistregel
Waarschuwing (A)
Voorrang (B)
Verbod (C)
Gebod (D)
Parkeren (E)
Aanwijzing (F)
- Driehoek, rode rand → waarschuwing (A): let op voor een gevaar.
- Omgekeerde driehoek of achthoek → voorrang (B): voorrang verlenen of stoppen.
- Cirkel, rode rand, witte achtergrond → verbod (C): iets is verboden.
- Cirkel, blauwe achtergrond, wit symbool → gebod (D): je moet dit doen.
- Rechthoek, blauw, met 'P' of gelijkaardig → parkeren/stilstaan (E).
- Rechthoek, blauw, informatief pictogram → aanwijzing (F): nuttige informatie, geen bevel.
- Klein rechthoek onder een ander bord → onderbord (M): wijzigt het bord erboven.
Hoofdstuktest
Test wat je onthouden hebt. De vragen en antwoordvolgorde worden bij elke poging door elkaar gehusseld, en je hebt 20 seconden om elke vraag te beantwoorden.