Hoofdstuk 5
Rotondes & Kruispunten
Wie voorrang heeft op een officiële rotonde versus een zonder enige borden, hoe je je rijstrook kiest, wanneer je moet richting aangeven, de gangbare kruispuntvormen, en waarom je een kruispunt nooit mag blokkeren.
Wat maakt een rotonde officieel
Volgens de Belgische wet is een plaats enkel een 'rotonde' als ze het bord D5 draagt, en elke toegang ervan een bord B1 (voorrang verlenen) of B5 (stop) heeft. Waar deze borden aanwezig zijn, is de regel eenvoudig: verkeer dat al op de ring rijdt heeft altijd voorrang op verkeer dat binnenkomt.
D5 — verplichte rijrichting rotonde
B1 — geplaatst aan elke toegang
De uitzondering: helemaal geen borden
Sommige kleine ronde kruispunten — vaak in zones 30 — hebben helemaal geen bord D5 of B1. Juridisch zijn dit geen rotondes, dus geldt de standaardregel: voorrang van rechts. Dat betekent dat verkeer dat al op de ring rijdt voorrang moet verlenen aan een voertuig dat van rechts binnenkomt — precies het omgekeerde van een officiële rotonde.
Je rijstrook kiezen op een rotonde met meerdere rijstroken
Als algemene richtlijn gebruik je de buitenste (rechtse) rijstrook als je een van de eerste afritten neemt, en de binnenste (linkse) als je verder rijdt. Neem niet aan dat het aantal rijstroken overal hetzelfde blijft: een strook kan eindigen of verschuiven na een afrit, dus blijf je spiegels en dode hoek controleren in plaats van enkel op de wegmarkering te vertrouwen.
Je richtingaanwijzer gebruiken op een rotonde
- Toekomend: je hoeft niet te richtingaanwijzen, tenzij je de allereerste afrit neemt — geef dan net voor je invoegt rechts aan.
- Op de ring: geef aan telkens je van rijstrook verandert.
- Bij het verlaten: geef rechts aan wanneer je de afrit net voor de jouwe passeert, zodat andere bestuurders weten dat je de ring gaat verlaten.
Fietsers op en rond een rotonde
Een fietspad dat de buitenkant van de rotonde omzoomt is eerder de regel dan de uitzondering, dus bouw de gewoonte nu op: zodra je afdraait om te vertrekken, hoort je aandacht bij elke fietser die zijn lijn op dat pad aanhoudt en elke voetganger die wil oversteken — beiden gaan daar voor jou.
Gangbare kruispuntvormen
Buiten rotondes zijn de meeste kruispunten een van drie basisvormen. De voorrangsregels uit het vorige hoofdstuk (voorrang van rechts, voorrangsborden, voorrangswegen) gelden op dezelfde manier, ongeacht de vorm.
Kruispunt
T-kruispunt
Verspringend kruispunt
Blokkeer nooit een kruispunt
Voorrang en groen licht delen dezelfde blinde vlek: geen van beide controleert of er echt plaats voor je is aan de overkant. Lees het verkeer voor je zelf af voor je je engageert — staat het vast genoeg dat je halverwege zou vastlopen, blijf dan voor het kruispunt staan tot er echt een gaatje ontstaat, in plaats van zelf het obstakel te worden dat iedereen blokkeert die je pad kruist.
Hoofdstuktest
Test wat je onthouden hebt. De vragen en antwoordvolgorde worden bij elke poging door elkaar gehusseld, en je hebt 20 seconden om elke vraag te beantwoorden.