Hoofdstuk 6
Verkeerslichten & Tekens van Bevoegde Personen
De voorrangshiërarchie tussen personen, lichten en borden, wat elke lichtkleur echt betekent, het knipperend oranje licht, richtingspijlen, en de handgebaren van politie en andere bevoegde personen.
De voorrangshiërarchie
Tegenstrijdige instructies op dezelfde plaats worden van boven naar beneden opgelost: wat een bevoegde persoon die het verkeer regelt je zegt, beslecht de zaak meteen; is die er niet, dan beslist het verkeerslicht of het ter plaatse geplaatste voorrangsbord; enkel als geen van beide aanwezig is, val je terug op de algemene voorrangsregels — voorrang van rechts, voorrangswegen, en de rest.
De drie lichtkleuren
- Rood: stop voor de lijn. Volledige stop, geen uitzonderingen.
- Groen: je mag rijden, maar je moet nog steeds voorrang verlenen aan voertuigen of voetgangers die het kruispunt nog aan het verlaten zijn, en aan elke nog geldende voorrang volgens andere regels.
- Vast oranje: behandel het ook als een stopbevel, tenzij tijdig remmen op dat moment echt onveilig zou zijn — enkel dan is doorrijden de betere keuze.
Knipperend oranje licht
Verwar een knipperend oranje licht niet met een kapot licht — het doet precies wat het moet doen, iets wat gebruikelijk is na donker of op kruispunten met weinig verkeer. Niets erin eist een stop. Neem gas terug, blijf alert, en bepaal wie eerst mag met dezelfde voorrangsregels die je zou gebruiken als het licht er helemaal niet was.
Richtingspijlen
Niet elk lichtkop houdt het bij de gewone ronde vorm — er duiken ook pijlen op, soms in de plaats ervan, soms ernaast. Behandel een oplichtende groene pijl als beperkter dan een rond groen licht: ze geeft je enkel groen licht voor precies de richting waar ze naar wijst, niets anders. Is het enige groene licht daar dus pijlvormig, zonder rond groen licht in zicht, dan blijft elke andere richting vanuit die rijstrook voor jou gesloten, ongeacht wat normaal wel zou mogen.
Een groene pijl samen met een rood licht
Een rood rond licht sluit beweging niet volledig uit als er een groene pijl ernaast brandt — die combinatie creëert een smalle uitzondering, enkel voor de richting van de pijl. Ze nemen legt echter de volledige verantwoordelijkheid bij jou: iedereen anders met een geldige aanspraak op dat kruispunt, voetgangers inbegrepen, gaat eerst.
De groene evacuatiepijl
Kruispunten waar links afslaand verkeer routinematig vast komt te zitten midden op de kruising, op zoek naar een gaatje, krijgen soms een oplossing: een aparte groene evacuatiepijl die aangaat zodra de tegenliggersrijstrook op rood springt. Het is een signaal gericht op de bestuurders die daar al vastzitten — het zegt hen dat de kust nu veilig is om links af te slaan. Was er om te beginnen geen tegenligger? Dan hoefde je nooit op de pijl te wachten; maak je bocht af zodra het veilig is. Wat de pijl nooit doet, is nieuwe bestuurders uitnodigen het kruispunt op te rijden tegen een rood licht in — ze bestaat puur om bestuurders vrij te laten die al binnenin vastzaten.
1. Groen licht — rijd de kruising op om links af te slaan, tegenliggers rijden nog rechtdoor
2. Wacht midden op de kruising tot de tegenliggersrijstrook vrij is
3. Zodra vrij (of de evacuatiepijl oplicht), maak je bocht af
Verkeerslichten voor voetgangers en fietsers
Het silhouet op een verkeerslicht verraadt voor wie het bedoeld is: een voetgangersvorm richt zich tot voetgangers en niemand anders; een fietsvorm richt zich tot fietsers en bromfietsers; en waar beide vormen één licht delen, spreekt het tot voetgangers en fietsers samen. Geen van deze silhouetlichten is voor jou als autobestuurder geschreven — je mag ze allemaal voorbijrijden zonder er nog naar om te kijken.
Diagonaal oversteken: pijlen rond een fietsers- of voetgangerslicht
Een handvol kruispunten heeft een speciaal alle-richtingen-licht voor fietsers en voetgangers: pijlen die een fietsers- of voetgangerssilhouet aan alle vier kanten omkaderen. Het is een signaal dat enkel zin heeft als elke auto, overal op dat kruispunt, op datzelfde moment vaststeekt op rood — wat precies het geval is, waardoor wie het aangaat vrij is om over te steken zoals het uitkomt, rechtdoor en diagonaal allebei. Bromfietsers die het fietspad delen krijgen dezelfde vrijheid.
Tekens van bevoegde personen
Handgebaren van een politieagent, of van een andere bevoegde persoon zoals een verkeersgeleider bij wegenwerken of buiten een school, staan helemaal bovenaan die ladder — niets daaronder, geen lichten, geen voorrangsborden, geen algemene regels, wordt geraadpleegd terwijl zij actief het verkeer regelen.
Armen omhoog — iedereen stopt
Armen zijwaarts — voor & achter stoppen, links & rechts rijden
- Een rechte, opgerichte arm (of allebei): deze houding betekent 'stop', gericht op iedereen die tegenover de persoon staat.
- Beide armen zijwaarts geopend, als een kruis: het verkeer dat voor of achter de persoon staat opgesteld, is wat wordt gezegd te stoppen; wie ter hoogte van een uitgestrekte arm staat, leest het als groen licht om door te rijden.
- Een rode zaklamp die heen en weer gezwaaid wordt in de richting van een bestuurder: lees het precies zoals de opgeheven-arm-houding — kom tot stilstand.
- Een arm die op en neer wipt: dit is het signaal om gas terug te nemen — vertragen.
- De arm die in een cirkel ronddraait: deze betekent het tegenovergestelde — versnellen.
Mensen die tekens mogen geven, maar geen bevoegde personen zijn
Niet iedereen die naar het verkeer zwaait, heeft hetzelfde juridische gewicht. Stewards bij een wedstrijd of publiek evenement, verkeersgeleiders, schoolgemachtigden buiten een school, en wie een groep wandelaars, fietsers, motorrijders, of ruiters aanvoert, kunnen je allemaal doorwuiven of tegenhouden — toch kan geen van hen je een boete uitschrijven, want geen van hen telt als bevoegd persoon. Er is één smalle uitzondering waarbij ze wel echte macht krijgen: staan ze aan een kruispunt zonder verkeerslichten, uitgerust met een zwart-geel-rode armband en met een bord C3 omhoog op een stok, dan mogen ze het verkeer daar kort ophouden.
Hoofdstuktest
Test wat je onthouden hebt. De vragen en antwoordvolgorde worden bij elke poging door elkaar gehusseld, en je hebt 20 seconden om elke vraag te beantwoorden.